Bewijsbeslag beeldmateriaal serie de Maatschap afgewezen

06-07-2016 Print this page
IEPT20160629, Rb Amsterdam, De Maatschap
(Met dank aan Jaap Versteeg, Versteeg Wigman Sprey advocaten)

Verzoek om conservatoir beslag tot bescherming van bewijs (artikel 1019b en c Rv) inzake gestelde inbreuk op “De straatvechter, mijn verhaal” afgewezen: niet alle voor beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aangevoerd. Dreigende auteursrechtinbreuk onvoldoende aannemelijk: vertonen van enkele scènes gebaseerd op boek eiser onvoldoende voor overeenstemmende totaalindrukken. Dreiging auteursrechtinbreuk onvoldoende voor bewijsbeslag vóórdat tv-uitzending heeft plaatsgevonden.

 

PROCESRECHT – AUTEURSRECHT

 

Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter om conservatoir beslag tot bescherming van bewijs  (artikel 1019b en c Rv) in het kader van de gestelde dreigende inbreuk op de auteursrechten van verzoeker inzake zijn boek “De straatvechter, mijn verhaal” door de serie “De Maatschap”. Het verzoek wordt afgewezen.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek al moet worden afgewezen, omdat niet alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid zijn aangevoerd. Verzoeker heeft namelijk geen melding gedaan van eerder ingediende beslagrekesten en heeft pas desgevraagd in een aangepast verzoekschriftmelding gedaan van het verzoekschrift van 15 april 2016. Voorts is in het geheel geen melding gemaakt van het feit dat hij bij de rechtbank Midden-Nederland op 13 juni 2016 vrijwel het zelfde verzoekschrift heeft ingediend. Ook zijn onvoldoende nieuwe feiten en omstandigheden aan het verzoek gelegd. Verzoeker had in beroep kunnen gaan van de afwijzende beschikking van 15 april 2016 en er is volgens de voorzieningenrechter geen reden om anders te beslissen dan destijds.

 

De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat een dreigende auteursrechtinbreuk wegens het vertonen van scènes ontleend aan het boek van verzoeker onvoldoende aannemelijk is. Het in een tv-serie over een advocatenfamilie, die gelijkenis vertoont met de familie van verzoeker, mogelijk vertonen van enkele scènes die zijn gebaseerd op passages uit het boek van verzoeker rechtvaardigt volgens de voorzieningenrechter nog niet de conclusie dat zodanige auteursrechtelijke trekken uit het boek van verzoeker zijn overgenomen dat de indrukken van het boek en de tv-serie zodanig overeenkomen dat van een auteursrechtelijke inbreuk moet worden gesproken. Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat de dreiging van een auteursrechtinbreuk onvoldoende is voor bewijsbeslag vóórdat de tv-uitzending heeft plaatsgevonden. Voor een procedure na de uitzending is bewijsbeslag niet nodig en het is niet aannemelijk dat de vorderingen op voorhand zouden worden toegewezen, nu in het algemeen een driegende auteursrechtinbreuk onvoldoende is tegenover het recht op uitingsvrijheid van degene die de uitzending verzorgen.

 

IEPT20160629, Rb Amsterdam, De Maatschap

 

(ECLI-versie)