Etiketteringsplicht voor vlees van pluimvee niet in strijd met vrijheid van ondernemerschap
30-06-2016 Print this page
De etiketteringsplicht van artikel 5 lid 4 onder b) van verordening 543/2008 (uitvoeringsbepalingen van Vo nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de handelsnormen voor vlees van pluimvee) is verenigbaar met de vrijheid van ondernemerschap artikel 6 lid 1 VEU jo artikel 15 lid 1 en artikel 16 van het Handvest. De etiketteringsplicht van hetzelfde artikel betreffende de handelsnormen voor vlees van pluimvee is niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel van artikel 40 lid 2 VWEU.
ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN
Lidl verkoopt in Duitsland onder meer voorverpakt vlees van pluimvee. De prijs van dit product wordt niet rechtstreeks of aan het product gehechte etiket aangeduid, maar op aan de schappen gevestigde etiketten. Volgens de Duitse overheidsdienst die hierop toeziet is de manier van etiketteren zoals Lidl doet, in strijd met artikel 5 lid 4 onder b) van verordening 543/2008 (uitvoeringsbepalingen van Vo nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de handelsnormen voor vlees van pluimvee). Volgens Lidl is die wijze van etiketteren in strijd met de vrijheid van ondernemerschap (artikel 6 lid 1 VEU jo artikel 15 lid 1 en artikel 16 van het Handvest.) en in strijd met het non-discriminatiebeginsel van artikel 40 lid 2 VWEU, omdat voor vlees van runderen deze etiketteringsplicht niet geldt.
Het Hof van Justitie verklaart voor recht dat er geen enkel element is dat de geldigheid van artikel 5 lid 4 onder b) van Vo 543/2008 in het licht van de vrijheid van ondernemerschap aantast. Het doel van Vo 543/2008 ziet op het verbeteren van de kwaliteit van het vlees in het belang van handelaars en consumenten. Tevens ziet de verordening toe op het belang van consumenten om beter geïnformeerd te worden met betrekking tot etikettering, reclame en de inhoud van aanduidingen omtrent gebruikte koelmethoden. Volgens het Hof kon de wetgever oordelen dat met de etiketteringsplicht de consument betrouwbare informatie krijgt en anderzijds de consument aangezet wordt om vlees van pluimvee te kopen. Het Hof oordeelt dat er daarom op de vrijheid van ondernemerschap van Lidl is ingegrepen op een wijze die evenredig is aan de nagestreefde doelstellingen.
Ook verklaart het Hof voor recht dat de etiketteringsplicht zoals hierboven genoemd, niet in strijd is met het non-discriminatiebeginsel van artikel 40 lid 2 VWEU. Vlees van runderen en vlees van pluimvee behoren tot verschillende landbouwsectoren. Een vergelijking van regelingen van de verschillende marktsectoren kan geen deugdelijk argument opleveren ten betoge van dat er sprake is van discriminatie tussen ongelijksoortige producten waarvoor verschillende regels gelden.
IEPT20160630, HvJEU, Lidl v Freistaat Sachsen
(Curia-versie)