Octrooi voor “rivastigmine-pleisters” niet inventief

11-07-2016 Print this page
IEPT20160706, Rb Den Haag, Novartis v Alvogen
(Met dank aan Marleen van den Horst en Claudia Zeri, BarentsKrans)

EP 219 niet inventief: vakman zou op basis van routine tests uit US 938 tot aanvangsdosering EP 219 op basis van een TTS van 5 cm2 met een geladen dosis van 9 mg rivastigmine komen

 

OCTROOIRECHT

 

Novartis is een van de houdsters van het Europese octrooi voor een “Transdermal therapeutic system for the administration of rivastigmine”. Sinds 2007 brengt Novartis pleisters met rivastigmine op de markt, onder de merknaam Exelon, die onder de beschermingsomvang van het octrooi vallen. In kort geding is geoordeeld dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het octrooi zal worden herroepen c.q. vernietigd wegens toegevoegde materie (IEPT20131223, vzgr en IEPT20141118, hof). De onderhavige zaak betreft de bodemprocedure. De vorderingen worden afgewezen.

 

De rechtbank is van oordeel dat EP 219 niet inventief is en daarom nietig. De gemiddelde vakman is volgens de een team bestaande uit een clinicus en een formuleringsdeskundige. De gemiddelde vakman zal naar het oordeel van de rechtbank na kennisneming van US 938 door middel van routinetests op ‘trial and error’ basis komen tot de aanvangsdosering van EP 219 op basis van een TTS van 5 cm2 met een geladen dosis van 9 mg rivastigmine.  De rechtbank vermeldt ook dat de Engelse rechter in de paralelle Engelse procedure in vergelijkbare zin oordeelde, zodat die beslissing geen aanleiding geeft om anders te oordelen.

 

IEPT20160706, Rb Den Haag, Novartis v Alvogen
 

(kopie origineel vonnis)