Merkenrecht. Beroep tegen de afgewezen oppositie van Copernicus tegen inschrijving van het uniemerk LUCEA LED voor waren uit de klasse 10 (lampen voor de chirurgie). Copernicus tekende oppositie aan op basis van haar aanvraag van het Uniemerk LUCEO voor waren uit de klasse 10, 12 en 28 (lampen, voertuigen en sportartikelen).
Het beroep wordt verworpen. De Kamer van Beroep bepaalde eerder dat het beroep niet in stand kon worden gehouden. Het stelde dat de merkaanvraag van Copernicus deel was van een onwettige aanvraagstrategie. Copernicus, en in het bijzonder haar vertegenwoordiger Mr. A. heeft een hele reeks merken aangevraagd op nationaal niveau (3000 Duitse nationale merken, bijvoorbeeld) om op Europees niveau zich te kunnen beroepen op een voorrangspositie bij merkaanvraag op basis van hun nationale merk. De Kamer van Beroep achtte dit in strijd met de geest van de verordening nr. 207/2009.
Het Gerecht houdt dit oordeel in stand. Zij stellen ook dat Copernicus’ aanvraag strategie te kwader trouw was en dat deze niet kan leiden tot een voorrangspositie bij aanvraag, en zodoende niet tot een oppositie tegen de aanvraag van het uniemerk LUCEA LED kan leiden. Argumenten van de verzoeker konden hieraan geen afbreuk doen. Het argument dat hun strategie rechtmatig was omdat het deel uitmaakte van een hoedanigheid als ‘trademark agent’ werd verworpen. Het argument dat Copernicus niet te kwader trouw een merkaanvraag voor LUCEO heeft gedaan omdat zij simpelweg niet afwist van de aanvraag van LUCEA LED werd ook verworpen. Het beroep wordt afgewezen.
“108 Bijgevolg kan geen enkel argument van verzoekster aantonen dat de kamer van beroep ten onrechte heeft vastgesteld dat de aanvraag tot inschrijving van het litigieuze merk deel uitmaakte van een indieningsstrategie van A. die misbruik oplevert en beoogde de door interveniënte ingediende aanvraag tot inschrijving van het Uniemerk LUCEA LED „af te weren”. De handelwijze van Copernicus met betrekking tot het litigieuze merk is daarentegen een typisch voorbeeld van de wijze waarop de indieningsstrategie van A. – die misbruik oplevert – werkte. Om de in de punten 42 tot en met 63 supra uiteengezette redenen kan die strategie niet worden geacht in overeenstemming te zijn met de doelstellingen van verordening nr. 207/2009.”
Lees het arrest hier.