Reconventionele vordering buiten beschouwing gelaten: ingediend eind van de middag op 28 juni, terwijl 29 juni 10:00 de zitting plaatsvond. Voldoende aannemelijk dat gedaagde 2 afstand heeft gedaan van zijn bedongen recht op een bedrag van € 185.000. Gedaagde 2 moet IE-rechten op “Pole Soccer” overdragen aan PS Holding: betaling € 185.000 was voorwaarde voor overdragen IE-rechten, terwijl daarvan afstand is gedaan.
PROCESRECHT - VERBINTENISSENRECHT
Kort geding. Gedaagde is bedenker van het spel “Pole Soccer”. Voor de verdere uitwerking is gedaagde gaan samenwerken met eiser 1 en eiser 2. Partijen komen onder andere overeen dat alle intellectuele eigendomsrechten (onder andere het auteursrecht op het format) bij gedaagde blijven zolang het totaal bedrag van 185.000 euro voor de verkoop en de levering van de intellectuele rechten niet is voldaan. Partijen richten voor deze samenwerking een B.V. op , Pole Soccer Holding B.V. Eiser 1 leent een bedrag aan de B.V. Begin 2013 lijdt PS Holding verlies. Er worden gesprekken gevoerd met externe toekomstige aandeelhouders. Zij stellen de voorwaarde dat alle intellectuele rechten eigendom worden van PS Holding. Eiser 1 scheldt een groot deel van de lening kwijt. Per e-mail deelt gedaagde eiser 2 mee afstand te doen van de overeengekomen vergoeding voor de intellectuele eigendomsrechten. Eisers eisen overdracht en levering van de IE-rechten.
De voorzieningenrechter oordeelt vooraleerst dat de eis in reconventie van gedaagde niet toe te staan, omdat onder andere de eis te laat is medegedeeld aan de wederpartij.
De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat gedaagde afstand heeft gedaan van zijn bedongen recht op 185.000. Dit blijkt voldoende uit de e-mail die gedaagde heeft gestuurd. Dat de tekst van dit e-mailbericht betrekking had op een licentie vergoeding, zoals gedaagde stelt, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk, omdat partijen geen licentievergoeding overeen gekomen zijn. Dat gedaagde afstand heeft gedaan van zijn recht op het bedrag van 185000 EUR, past bij het kwijtschelden van de lening door Eiser 1: kennelijk moest er iets gebeuren om de onderneming te redden.
Gedaagde kan zich niet meer op het beding in de overeenkomst beroepen waarin wordt bepaald dat de intellectuele eigendomsrechten bij gedaagde blijven, zolang het bedrag van 185.000 EUR niet is betaald. Gedaagde heeft geen recht meer op dit bedrag en kan zich niet meer op dit beding beroepen. Gedaagde moet de intellectuele eigendomsrechten die nog niet aan PS Holding zijn geleverd, leveren. Dit is het auteursrecht op het spel en het woord-/beeldmerk dat per abuis op naam van de zoon van gedaagde is gesteld. De zoon is dan wel geen partij in deze procedure, maar dat betekent niet dat gedaagde niet veroordeeld kan worden tot de nakoming van de contractuele verplichting om dit recht te leveren.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de vordering niet toewijsbaar voor zover deze betrekking heeft op IE-rechten die niet in de dagvaarding worden genoemd (“[…] waaronder in ieder geval, maar niet uitsluitend:”). Als eisers al niet weten of er nog meer rechten zijn dan zij noemen in de dagvaarding, dan valt niet in te zien waarom gedaagde dit wel moet weten.
IEPT20160713, Rb Rotterdam, Pole Soccer v Ermilusto
ECLI:NL:RBROT:2016:5304