Toepassing bevoegdheidsregel artikel 4.6 BVIE niet in strijd met EEX-Vo oud
15-07-2016 Print this page
(Met dank aan: Ranee van der Straaten, BANNING en Hans Jonkhout, Marree en Dijxhoorn)
Bevoegdheidsregel artikel 4.6 BVIE (rechter van de plaats van het register) als bijzondere bevoegdheidsregel toegestaan onder artikel 71 Brussel 1-Vo als onmisbaar voor de goede werking van het Benelux-stelsel (artikel 350 VWEU).
MERKENRECHT - IPR
Procesrecht. IPR. In haar vonnis van 13 mei 2015 (IEPT20150513) heeft de rechtbank Den Haag prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie EU over of het BVIE een posterieur verdrag is aan de Brussel-I-Verordening (EEX-Vo oud). Het Hof van Justitie EU beantwoordt alleen de eerste vraag en doet dat als volgt:
“Artikel 71 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, gelezen in het licht van artikel 350 VWEU, staat er niet aan in de weg dat de in artikel 4.6 van het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) van 25 februari 2005, ondertekend te ’s‑Gravenhage door het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, neergelegde rechterlijkebevoegdheidsregel voor geschillen inzake Benelux-merken, ‑tekeningen en ‑modellen op die geschillen wordt toegepast.”
IEPT20160714, HvJEU, Brite Strike