Verwarringsgevaar tussen "EASY CREDIT" en "E@SY CREDIT" voor financiële diensten

10-08-2016 Print this page
IEPT20160720, GEU, Teambank AG Nürnberg v EUIPO

Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen nietigheidsprocedure tegen het uniebeeldmerk ‘e@sy credit’ voor diensten uit klasse 36 en 38 (financiële diensten, dataverwerking). De nietigheidsprocedure werd ingesteld door houder van het oudere Bulgaarse beeldmerk EasyCredit voor diensten uit klasse 36 en 38 (financiële diensten, telecomdiensten).

Het beroep faalt. Het Gerecht stelt dat de Kamer van Beroep correct heeft vastgesteld dat de diensten waarvoor beide merken zijn ingeschreven identiek zijn, evenals het publiek, bestaande uit het algemene publiek en professionals met verhoogde aandacht.

Het Gerecht oordeelt dat er sprake is van een visuele overeenstemming tussen de merken. De woordelementen zijn gelijk. De opmaak van de merken is te weinig onderscheidend om hieraan afbreuk te doen. Het feit dat de woordmerken descriptief zijn doet hieraan geen afbreuk door de dominante plek die zij in het merk innemen. Fonetisch gezien zijn de merken identiek, de woordelementen worden hetzelfde uitgesproken. Ook conceptueel stemmen de merken overeen, de gemiddelde Bulgaarse consument zal de beschrijvende woordmerken met hetzelfde associëren. Door deze hoge mate van overeenstemming, het identieke publiek en de identieke diensten oordeelt het Gerecht dat er sprake is van een verwarringsgevaar. Houders van het nieuwe merk stellen dat de woordelementen, doordat zij beschrijvend zijn, geen dominante plek in de overweging kunnen innemen. Het Gerecht verwerpt dit argument, in sommige gevallen kan dit namelijk wel. Het uniebeeldmerk wordt nietig verklaard.

“39. In the present case, as is apparent from the foregoing analysis, the services covered by the marks at issue are identical (see paragraphs 21 and 22), the signs are visually highly similar (see paragraph 32), and phonetically and conceptually identical (see paragraphs 33 and 35). Furthermore, the word element, which is common to the marks at issue, dominates the overall impression they give, despite its potentially descriptive nature in respect of the services in question.”

“41. However, specific circumstances may justify a descriptive element having a dominant character (see judgment of 16 January 2014 in Investrónica v OHIM — Olympus Imaging (MICRO), T149/12, not published, EU:T:2014:11, paragraph 51 and the case-law cited).”

Lees het arrest hier.