Octrooi voor ‘floor panel and floor covering consisting of a plurality of such floor panels’ geldig
02-08-2016 Print this page
Octrooi EP 724 voor een ‘floor panel and floor covering consisting of a plurality of such floor panels’ geldig. Geen toegevoegde materie: aanvrage bevat wel een uitstulping die in hoofdzaak star is verbonden, in alle door conclusie 1 bestreken gevallen strekt vlak A zich uit in richting van een verticaal gerichte normaal, zoals in aanvrage geopenbaard. EP 724 nieuw: kenmerken niet duidelijk en ondubbelzinnig geopenbaard in oudere octrooien. EP 724 inventief: niet inzichtelijk waarom verschilmaatregelen met FR 582, DE 099, DE 540 en US 370 triviaal zouden zijn en vakman die routinematig zou implementeren.
OCTROOIRECHT
Flooring Industries maakt deel uit van het Unilin concern en behartigt de intellectuele eigendomsbelangen. Unilin brengt onder meer laminaatvloeren op de markt. I4F heeft het zogenaamde TripleLock-systeem ontwikkeld voor het koppelen van vloerpanelen en is houdster van octrooi EP 724 voor een ‘floor panel and floor covering consisting of a plurality of such floor panels’. Volgens Flooring Industries is het octrooi niet geldig. De vorderingen worden afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het octrooi geldig is. Er is geen sprake van toegevoegde materie. Volgens Flooring Industries zou in de aanvrage nergens een uitstulping worden aangetroffen door de vakman, terwijl er wel een uitsparing zou bestaan. De rechtbank verwerpt het standpunt, aangezien uitvoeringsvoorbeeld 6 en de beschrijving de vakman duidelijk en ondubbelzinnig een vloerpaneel leren waarbij het eerste vergrendelelement bestaat uit uitsluitend een uitstulping en het tweede vergrendelelement uit uitsluitend een uitsparing. Voorts bevatten alle in de door conclusie 1 van het octrooi bestreken gevallen dat vlak A zich in de richting van een verticaal gerichte normaal uitstrekt, zoals dit ook door de aanvrage wordt geopenbaard.
Vervolgens wordt geoordeeld dat EP 724 nieuw is tegenover de door Flooring Industries aangedragen octrooien, omdat de kenmerken van EP 724 niet duidelijk en ondubbelzinnig worden geopenbaard. De rechtbank oordeelt ook dat EP 724 inventief is, aangezien niet inzichtelijk is waarom de verschilmaatrelgelen met FR 582, DE 099, DE 540 en US 370 triviaal zouden zijn en dat de vakman die routinematig zou implementeren. Aangezien conclusie 1 geldig wordt geacht geldt hetzelfde voor de daarvan afhankelijke voortbrengselconclusies 2 tot en met 27 en de daarvan afhankelijke werkwijzeconclusies 28 tot en met 30. Aangezien het gaat om een zuivere nietigheidsprocedure worden de proceskosten volgens het liquidatietarief begroot.
IEPT20160720, Rb Den Haag, Flooring Industries v I4F