Geen auteursrechtinbreuk op concept scriptie, wel op onderdelen daarvan

22-07-2016 Print this page
IEPT20160720, Rb Midden-Nederland, Afstudeerscriptie reisfoto’s
(Met dank aan Pim-André van Egmond, Nysingh Advocaten-Notarissen)

Scriptie B. wordt voor het grootste gedeelte auteursrechtelijk beschermd. Het project van B. is niet auteursrechtelijk beschermd. Scriptie moet per auteursrechtelijk beschermd onderdeel beoordeeld worden. Geen sprake van incidentele verwerking als bedoeld in art. 18a Aw. Geen onrechtmatig handelen van V. jegens B. ten aanzien van het overnemen van het project en de publiekelijk gedane uitlatingen. Wel onrechtmatig handelen van V door in het artikel in AD te ontkennen dat een deel van haar scriptie is ontleend aan die van B.

AUTEURSRECHT – ONRECHTMATIGE DAAD

B. heeft in 2012 haar afstudeerdscriptie voor haar opleiding aan de Willem de Kooning academie geschreven met de onderzoeksvraag ‘Laten reisfoto’s een schijnwerkelijkheid zien? ‘. In dit onderzoek liet B. haar vrienden en familie geloven dat zij op vakantie was in Thailand terwijl zij in werkelijkheid in Nederland verbleef. Zij plaatste onder andere (bewerkte) foto’s op sociale media om dit idee in stand te houden. V. studeert in 2013 af aan de HKU met een scriptie waarin zij de vraag onderzoekt: 'Laten reisfoto’s een schijnwerkelijkheid zien’. Voor dit onderzoek laat V. haar familie en vrienden vijf weken lang geloven dat zij in Thailand op vakantie is, terwijl zij in werkelijkheid in Nederland verblijft. Zij onderbouwt dit door (bewerkte) foto’s op sociale media te plaatsen. Over het project van V. verschijnt in het AD een artikel. B. vordert bij de kantontechter onder andere ieder inbreuk op de auteursrechten op de scriptie te staken en gestaakt te houden.

De kantonrechter oordeelt dat de scriptie voor het grootste gedeelte voldoet aan het auteursrechtelijk werkbegrip. Er zijn echter zinnen in de scriptie die geen persoonlijk stempel van de maker dragen, omdat in de Nederlandse taal geen zinnige andere wijze van verwoording mogelijk is. Dat geldt voor de onderzoeksvraag (“laten reisfoto’s een schijnwerkelijkheid zien?”) Bij een onderzoek naar de verhouding tussen reisfoto’s en de daardoor mogelijk opgewekte schijnwerkelijkheid, ligt die formulering van de onderzoeksvraag voor de hand. Ditzelfde geldt ook voor de inleidende zin.

Het project van B. is in beginsel een idee dat zich niet leent voor auteursrechtelijke bescherming. B. stelt dat zij dit idee op een creatieve manier heeft uitgewerkt en die uitwerking wel auteursrechtelijk beschermd is. B. noemt een aantal elementen waaruit haar creatieve keuze blijkt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de elementen echter noodzakelijk voor het uitvoeren van het project dan wel functioneel bepaald.

De inbreukvraag dient vervolgens beantwoord te worden per individueel onderdeel van de werken. In dit geval zijn dat zin of zinsneden. Het totaalindrukkencriterium leent zich niet voor toepassing op een scriptie. Een scriptie is geen gebruiksvoorwerp, zodat het arrest Stokke v Fikzo (IEPT20130412) niet kan worden toegepast. Tevens is een ingewikkeld werk als een scriptie dat bestaat uit onderdelen die op zich zelf ook weer voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kunnen komen, geen werk dat beoordeeld kan worden aan de hand van het totaalindrukkencriterium. Dat is in lijn met de uitspraak van het hof Den Bosch (IEPT20150602) waarin werd geoordeeld dat overeenstemmende totaalindrukken bij literatuur een voldoende voorwaarde kan zijn voor het aannemen van inbreuk en dus wordt gezien als minimum vereiste.

Er is volgens de rechtbank geen sprake van incidentele verwerking in de zin van artikel 18a Aw. De overgenomen 5 zinnen vormen maar een beperkt onderdeel van het overgenomen werk, maar in kwalitatieve zin kan hier niet gesproken worden van een ondergeschikt deel. In de overgenomen zinnen verwoordt B. haar visie op het onderwerp en hiermee heeft V. de waarde van haar scriptie vergroot. Deze waarde is dan wel niet in geld uit te drukken, maar zij is wel mede op basis van deze scriptie is afgestudeerd, dus zij heeft wel degelijk voordeel genoten. De scriptie van V. is publiekelijk toegankelijk geweest en heeft kunnen bijdragen aan de positieve publiciteit die zij in de pers heeft gekregen.

De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van onrechtmatige daad ten aanzien van het overnemen van het project van B. De overname van de scriptie is daartoe onvoldoende omdat het gaat om de onrechtmatigheid van het overnemen van delen van het project. De overname is met enkele zinnen ook erg beperkt. V. heeft daarbij nog zelf elementen in haar project toegevoegd.

Wel heeft V. onrechtmatig jegens B. gehandeld ten aanzien van het artikel op de website van het AD door te ontkennen dat een deel van haar scriptie aan die van B. is ontleend.Daarmee wordt B. weggezet als iemand die ten onrechte haar beklag doet.

De kantonrechter verbiedt V. onder meer zowel online als offline in publieke uitlatingen te ontkennen dat zij onderdelen heeft ontleent aan de scriptie van B. Tevens beveelt de kantonrechter V. een rectificatie op de website van het AD te plaatsen en in de bibliotheek van de HKU op te hangen.

IEPT20160720, Rb Midden-Nederland, Afstudeerscriptie reisfoto’s

(ECLI-versie)