Geen gezag van gewijsde vonnis Belgische rechter in oppositieprocedure EUIPO
28-07-2016 Print this page
Terecht geoordeeld dat het EUIPO niet aan vonnis Rechtbank van Koophandel Brussel was gebonden bij gebrek aan gezag van gewijsde: geen sprake van zelfde voorwerp van procedure, gelet op uitsluitende bevoegdheid EUIPO om inschrijving van een merk toe te staan of te weigeren, dat verschilt van procedures voor nationale rechterlijke instantie.
MERKENRECHT - PROCESRECHT
Hogere voorziening tegen het arrest van het GEU van 25 maart 2015, waarin het beroep gedeeltelijk werd toegewezen. Alhoewel het BHIM niet aan het vonnis van de rechtbank van koophandel te Brussel van 28 juni 2012, waarin het Benelux-merk ENGLISH PINK nietig was verklaard,was gebonden, had het BHIM er volgens het GEU ten onrechte geen rekening mee gehouden.
De hogere voorziening wordt afgewezen. Rekwirantes voeren aan dat het EUIPO het vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Brussel van 28 juni 2012 had moeten volgen, omdat dit vonnis gezag van gewijsde had. Het Hof oordeelt dat het GEU terecht oordeelde dat het EUIPO niet gebonden was aan dit vonnis. Omdat het EUIPO een uitsluitende bevoegdheid heeft om te oordelen over de inschrijving van een Uniemerk, is het in beginsel niet gebonden aan onherroepelijke beslissingen van een rechterlijke instantie van een lidstaat die gezag van gewijsde hebben, tenzij de procedures dezelfde partijen, hetzelfde voorwerp en dezelfde grond hebben.
In casu is er volgens het Hof van Justitie EU geen sprake van identieke vorderingen van partijen. Het voorwerp van de vordering wegens inbreuk voor de rechtbank van koophandel was immers nietigverklaring van het Beneluxmerk ENGLISH PINK en het verbod dit teken binnen de EU te gebruiken, terwijl het voorwerp van de procedure voor het EUIPO de oppositie tegen de inschrijving van het Uniemerk ENGLISH PINK betrof. De stelling van rekwirantes dat de betrokken procedures eenzelfde voorwerp kunnen hebben, ook al zou het gaan om formeel verschillende vorderingen, wordt afgewezen. Gelet op de uitsluitende bevoegdheid van het EUIPO om de inschrijving van een merk toe te staan of te weigeren, verschilt het voorwerp van procedures van het EUIPO inzake inschrijving van een Uniemerk of oppositie noodzakelijkerwijs van procedures voor een nationale rechterlijke instantie, zelfs als deze instantie optreedt als rechtbank voor een Uniemerk.
IEPT20160721, HvJEU, Apple and Pear Australia v EUIPO
(curia-versie)