Artikel met foto appellant op webblogdienst Google niet onrechtmatig jegens appellant: maatschappelijk belang, steun in feiten materiaal, bevat informatie die ook door anderen is gepubliceerd. Beroep op auteursrecht en portretrecht faalt: eiser geen maker en foto afgebalkt.
PUBLICATIE - AUTEURSRECHT - PORTRETRECHT
Hoger beroep tegen vonnis in kort geding van 16 september 2015 (IEPT20150916). Appellant verzoekt het Hof zijn vorderingen in eerste aanleg alsnog toe te wijzen. Appellant heeft 10 grieven in Hoger Beroep. Appellant is 15 augustus 2012 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 jaar wegens poging tot aanzetten tot moord. Peter R. de Vries is op illegale wijze in het bezit gekomen van een USB stick met daarop het belangrijkste bewijsmateriaal, waar appellant wordt afgebeeld terwijl hij instructie geeft tot een liquidatie. De Vries wilde deze beelden uitzenden, maar werd hiertoe door de voorzieningenrechter op 14 april 2012 (IEPT20120414) verboden. Op 22 mei 2012 (IEPT20120522) oordeelde het Hof Amsterdam dat de beelden toch mochten worden uitgezonden mits appellant geanonimiseerd werd. Over dit vonnis werd geschreven op een misdaadblog, pasteurella.blogspot.nl. Google is de eigenaar van deze blogdienst. Het artikel gaf de Amerikaanse naam van appellant, evenals een foto waarop hij met een zwart balkje voor zijn ogen is afgebeeld. In eerste aanleg vorderde appellant dat Google het artikel zou verwijderen, de foto zou verwijderen en een schadevergoeding zou betalen. Deze vorderingen werden geen van allen door de voorzieningenrechter toegewezen.
Het Hof bevestigt het oordeel van de voorzieningenrechter. Het stelt dat er in casu een belangenafweging gemaakt moet worden tussen de vrijheid van meningsuiting en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. In deze belangenafweging vindt het Hof het van belang dat de strafbare feiten deel zijn van een debat van algemeen maatschappelijk belang. Tevens vindt het gepubliceerde steun in het beschikbare feitenmateriaal, wat in het voordeel van de vrijheid van meningsuiting weegt. Ook bevat het artikel voornamelijk informatie die ook door anderen is gepubliceerd. Het gepubliceerde brengt misschien schade toe aan de reputatie van appellant, maar volgens vaste rechtspraak kan hij hier geen beroep doen op het recht op bescherming van reputatie als het verlies van goede naam een voorzienbaar gevolg is van het eigen gedrag. De zakelijke toon van het artikel en het actuele maatschappelijke belang wegen ook in het voordeel van de vrijheid van meningsuiting. Het beroep van appellant op onder meer de ‘journalistieke initialenregel’, de ‘anonimiseringsrichtlijn’, de Auteurswet en de Wet bescherming persoonsgegevens, doet hier geen afbreuk aan.
De grieven van appellant worden afgewezen. Over de grief met betrekking tot een gesloten behandeling in eerste aanleg, hetgeen werd afgewezen wordt het volgende overwogen. Volgens het hof zijn de belangen van appellant niet geschaad, omdat hij al eerder in een soortgelijk kort geding tegen het Algemeen Dagblad verscheen in het openbaar. Het beroep op de Auteurswet door appellant moet ook worden afgewezen, daar hij zelf kenbaar maakt niet de maker van het werk te zijn. Het beroep op portretrecht van appellant faalt vanwege het feit dat de foto is afgeblokt en door de uitkomst van de belangenafweging. De grieven met betrekking tot de goede procesorde kunnen ook niet worden toegewezen. Het Hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt appellant in de proceskosten.