Inbreuk op concurrentiebeding: oud-werknemers Molenaar bij Ster Welzijn in dienst, doch in feite werkzaam voor in concurrentiebeding genoemde concurrent Zwaluw. Inbreuk is verwijtbaar: werknemers hadden in het geweer moeten komen als zij zo ontevreden waren geweest over de wijzigingen in hun arbeidsvoorwaarden. Boetes toegewezen: boetes op grond van het in het contract opgenomen boetebeding worden toegewezen.
ONEERLIJKE CONCURRENTIE
Werknemers hebben een contract voor onbepaalde tijd bij Molenaar (marksegment badkamers). Wegens veranderingen in het bonussysteem hebben werknemers de arbeidsovereenkomst beëindigd. Werknemers hebben duidelijke afspraken gemaakt rond het concurrentiebeding: de vier grootste concurrenten van Molenaar, waaronder Zwaluw, worden nadrukkelijk vermeld in het concurrentiebeding. Werknemers zijn vervolgens in dienst getreden van Ster Welzijnsproducten. Dit bedrijf wordt niet in het concurrentiebeding genoemd, echter zijn er aanwijzingen dat Ster Welzijnsproducten feitelijk behoort tot Zwaluw.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de oud-werknemers in feite in dienst bij concurrent Zwaluw. Wanneer een klant een afspraak maakt met Zwaluw, komt één van de medewerkers van Ster langs. Volgens de voorzieningenrechter is er voorts sprake van inbreuk op het concurrentiebeding. De bedoeling van het beding was te voorkomen dat de werknemers hun kennis van de organisatie van Molenaar binnen de genoemde termijnen zouden inzetten bij 1 van de 4 genoemde concurrenten, wat nu is gebeurd. Deze bedoeling was duidelijk voor de oud-werknemers. De voor Molenaar serieuze concurrenten werden specifiek in dit beding genoemd. Dat in het concept werd gesproken van “gelieerde ondernemingen” en dat dit later is aangepast in “vennootschapsrechtelijk gelieerd” maakt deze bedoeling niet anders.
Deze inbreuk is naar het oordeel van de voorzieningenrechtbank verwijtbaar. De werknemers hadden in het geweer moeten komen als zij zo ontevreden waren geweest over de wijzingen in hun arbeidsvoorwaarden. De boetes op grond van het in het contract opgenomen boetebeding worden toegewezen.
IEPT20160726, Rb Noord-Holland, Molenaar
(ECLI-versie)