Indirecte inbreuk op octrooien voor werkwijze voor asfaltverjonging

02-08-2016 Print this page
IEPT20160727, Rb Den Haag, VWS v Ventraco
(Met dank aan Wim Maas, TaylorWessing)

Ventraco-product maakt indirecte inbreuk op EP 415. Ventraco-product voldoet aan kenmerk i en ii: destillatieresidu bestaat grotendeels uit polymerisatieproducten. Vakman zou begrijpen dat kenmerk iv (het ‘niet-reactief’ zijn van het destillatieresidu) bedoelt dat het destillatieresidu het bitumen op een fysische wijze verjongt en niet, zoals het destillatieproduct, op een reactieve wijze. Ventraco-product voldoet aan kenmerk iv: niet gesteld dat het op niet-fysische wijze in bitumen werkt, waardoor wordt aangenomen dat het niet-reactief is. Geen openbaar voorgebruik EP 415 door Rasenberg: gebonden aan geheimhoudingsverklaring. Gestelde openbare toepassing door Rasenberg leidt niet tot voorgebruik: werkwijze niet zonder undue burden te achterhalen. Nieuwheidsverweren falen. Indirecte inbreuk op NL 442. NL 442 nieuw en inventief: onvoldoende onderbouwd dat vakman WO 014 met GB 856 zou combineren en dat verschilmaatregel duidelijk en ondubbelzinnig uit GB 856 blijkt.

 

OCTROOIRECHT

 

Van Weezenbeek International (VWI) en Ventraco hebben in 2008 Van Weezenbeek Specialties (hierna: VWS failliet), die asfalt-verjongingsadditieven aanbiedt, opgericht. Bij de samenwerking werd consultant [E] ingeschakeld. De samenwerking zag op het ontwikkelen en commercialiseren van een additief voor het verjongen van bitumen. Hierbij werd gebruik gemaakt van een product genaamd NX-4670 van de firma Cardolite . Aan VWS failliet is in 2010 een Nederlands octrooi verleend voor “een werkwijze voor het verjongen van een bitumen bevattende samenstelling”. De samenwerking tussen VWS en Ventraco is in 2013 ten einde gekomen, waarna VWS uiteindelijk failliet is verklaard. Na het faillissement van VWS heeft Van Weezenbeek International activa uit de boedel gekocht, waaronder de rechten met betrekking tot octrooi NL 442 en de aanvrage voor EP 415, waarmee zij de onderneming van VWS heeft voortgezet. VWI heeft aan VWS licenties onder de octrooien verleend. VWS stelt dat inbreuk wordt gemaakt op EP 415. Zie ook: IEPT20140905 (vzgr) en IEPT20150109 (executiegeschil) en IEPT20151208 (hoger beroep tegen executiegeschil).

 

VWS heeft ter zitting verklaard dat zij haar vorderingen omtrent de buitenlandse delen van EP 415 intrekt, indien de rechtbank tot oordeel zou komen dat ingevolge artikel 24 EEX II-Vo de beslissing van de bij uitsluiting bevoegde buitenlandse rechter omtrent de geldigheid van het betreffende buitenlandse deel moet worden afgewacht. Nu dit het geval is worden de vorderingen die op andere landen dan Nederland zien als ingetrokken beschouwd.

 

De vorderingen van VWS zijn beperkt tot indirecte inbreuk op EP 415. VWS heeft toegelicht dat het haar uitsluitend gaat om het additief RheoFalt HP-EM dat onderwerp was van het kort geding. Het gaat volgens de rechtbank om de vraag of het Ventraco-product aan de vier kenmerken van conclusie 1 van EP 415 voldoet. De rechtbank is van oordeel dat het Ventraco-product aan alle kenmerken voldoet.

 

Met betrekking tot kenmerk i en ii wordt overwogen dat onvoldoende weersproken is dat het Ventraco-product bestaat uit hetzelfde additief dat door [E] op 18 november 2008 en 6 mei 2008 is beschreven en voorheen door VWS failliet werd verhandeld. Dit additief vormde de basis van de door VWS failliet aangevraagde octrooien. Met betrekking tot kenmerk iii, inhoudende dat het detillatieresidu grotendeels bestaat uit een mengsel van polymerisatieproducten, is tussen partijen niet in geschil dat ‘grotendeels’ moet worden uitgelegd als meer dan 50%. Dit stemt overeen met de term ‘overwegend’ die [E] gebruikte in zijn beschrijvingen. De verwijzing naar een productfolder van Cardolite en het standpunt dat het CNSL destillatieresidu NX-4670 niet overwegend, maar slechts 40% uit polymerisatieproducten bestaat, leidt niet tot een ander oordeel, nu de folder ongedateerd is. Ventraco heeft VWS niet weersproken in haar stelling dat het mogelijk om een oudere variant gaat.

 

Met betrekking tot kenmerk iv wordt overwogen dat partijen verdeeld zijn over de betekenis van het ‘niet-reactief’ zijn van het destillatieresidu en daarmee ook over de vraag of het Ventraco-product hieraan voldoet. De rechtbank overweegt dat de vakman met een mind willing to understand zou begrijpen dat met not reactive wordt bedoeld dat het destillatieresidu het bitumen op een fysische wijze verjongt en niet, zoals het destillatieproduct, op een reactieve wijze. Nu het Ventraco-product voldoet aan kenmerken i t/m iii en niet is gesteld dat het op niet-fysische wijze in bitumen werkt, kan worden aangenomen dat het product de in kenmerk iv bedoelde intrinsieke eigenschap heeft en dus niet-reactief is. Nu Ventraco het Ventraco-product heeft aanheboden voor de verjonging van asfalt, wordt geoordeeld dat sprake is van indirecte inbreuk op EP 415.

 

De rechtbank gaat vervolgens in op de nietigheidsbezwaren van Ventraco. Deze worden afgewezen. De levering aan de firma Rasenberg Wegenbouw in april 2008 leidt niet tot openbaar voorgebruik, omdat sprake was van een geheimhoudingsbepaling in de samenwerkingsovereenkomst die tussen Ventraco en Rasenberg was gesloten. Ook de gestelde openbare toepassing van het additief van Rasenberg leidt niet tot een ander oordeel, omdat daargelaten of dit daadwerkelijk op openbare asfaltwegen is toegepast, door Ventraco ter zitting is bevestigd dat het aanleggen van asfalt voorzien van het additief op zichzelf niet de volledige werkwijze van EP 415 openbaart, omdat de werkwijze voor de vakman niet zonder undue burden is te achterhalen. De nieuwheidsverweren falen. Zo is het feit dat de beschrijving voor de prioriteitsdatum aan Rasenberg is gestuurd niet nieuwheidsschadelijk, vanwege de geheimhoudingsplicht van Rasenberg. Ook is het artikel van Bringel niet nieuweheidsschadelijk, omdat de stelling dat het in de aangehaalde passages genoemde ‘technical CNSL’ uit een destillatieresidu van CNSL bestaat, in het licht van het verweer van VWS, onvoldoende onderbouwd is. Het nawerkbaarheidsverweer wordt verworpen door een verkeerde uitleg van het kenmerk ‘niet-reactief’.

 

De rechtbank beoordeelt in het kader van de op niet-inbreuk gestoelde vorderingen in reconventie van Ventraco of sprake is geweest van indirecte inbreuk op NL 442. Op gelijke gronden als bij de beoordeling van EP 415 oordeelt de rechtbank dat sprake is van nieuwheid. Het verweer dat NL 442 niet inventief is wordt verworpen. Dit verweer is onder meer gebaseerd op het artikel van Bringel en de daarin beschreven technical CNSL, dat een destillatieresidu volgens conclusie 1 zou openbaren. De rechtbank overweegt dat dit niet als juist kan worden beschouwd. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de gemiddelde vakman WO 014 met GB 856 zou combineren en dat verschilmaatregel duidelijk en ondubbelzinnig uit GB 856 blijkt. Omdat NL 442 geldig is geweest is hier ook door Ventraco inbreuk op gemaakt.

 

In het kader van de schadevergoeding wordt de zaak naar de schadestaatprocedure verwezen. Ook moet Ventraco opgave doen. De gevorderde vernietiging van de voorraden wordt afgewezen. Ook de reconventionele vorderingen van Ventraco falen.

IEPT20160727, Rb Den Haag, VWS v Ventraco

(ECLI-versie)