Verwarringsgevaar tussen woord-/beeldmerken “DE ONTMOETING”

08-08-2016 Print this page
IEPT20160802, Rb Den Haag, De Ontmoeting
(Met dank aan Bart Vliexs, Brunet Advocaten)

Rechtbank Den Haag bevoegd ondanks woonplaats gedaagde in Zutphen: website richt zich op heel Nederland. Extra reistijd door keuze Rb Den Haag onvoldoende voor misbruik van recht. (indirect) verwarringsgevaar tussen woord-/beeldmerken “DE ONTMOETING”: geringe visuele overeenstemming, auditieve en begripsmatige overeenstemming door dominante element “De Ontmoeting”, gelijke diensten (restaurants). Zeer geringe afwijking tussen handelsnamen “De Ontmoeting Zutphen B.V.” en “De Ontmoeting” leidt tot verwarringsgevaar.

 

PROCESRECHT - MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT


Kort geding. Eiseres is eigenaar van Benelux woord-/beeldmerk DE ONTMOETING sinds 2012 voor restauratie. Gedaagde is sinds 2015 eigenaar van het onderstaand Benelux woord-/beeldmerk DE ONTMOETING sinds 2015 voor restauratie. Eiseres sommeerde gedaagde gebruik van de aanduiding de Ontmoeting te staken. Hierop werd niet gereageerd. Eiseres vordert nu staken van inbreuk op merken en handelsnamen van eiseres.

 

Gedaagde voert aan dat de Rechtbank Den Haag niet bevoegd is kennis te nemen van de zaak omdat het merkgebruik slechts beperkt is tot een klein deel van Nederland, niet omvattende Den Haag. De Rechtbank stelt dat het niet onaannemelijk is dat de website van gedaagde voor heel Nederland bedoeld is, en dat zij daarom bevoegd is. Gedaagde voert ook aan dat er sprake is van misbruik van recht door de dagvaarding voor deze rechtbank. De Rechtbank stelt hierover dat eiseres alle recht heeft gedaagde voor een rechtbank in Den Haag te dagvaarden wanneer dit de plek het schadebrengende feit is. De reistijd van partijen doet daar geen afbreuk aan.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van inbreuk op de merkenrechten van eiseres. De woord-/beeldmerken stemmen visueel in geringe mate overeen, maar het dominante woordelement van de merken is gelijk, waardoor sprake is van auditieve en begripsmatige overeenstemming. De voorzieningenrechter oordeelt dat hierdoor (indirect) verwarringsgevaar ontstaat. Het argument van gedaagde dat ‘De ontmoeting’ louter beschrijvend zou zijn doet hieraan geen afbreuk. Er is ook sprake van handelsnaaminbreuk, omdat de handelsnamen van eiseres en gedaagde (“De Ontmoeting Zutphen B.V.” v “De Ontmoeting”) in zo’n geringe mate afwijken dat er verwarringsgevaar omtrent de herkomst van horecadiensten van partijen kan ontstaan.

 

IEPT20160802, Rb Den Haag, De Ontmoeting Zutphen

 

(ECLI-versie)