Nederlandse rechter onbevoegd in zaak tegen EOO

14-08-2016 Print this page
IEPT20160805, Rb Den Haag, VEOB v EOO

EOO geniet voor de invulling van haar werkzaamheden immuniteit van jurisdictie. Deze toekenning van jurisdictie in het kader van dit geding is geoorloofd. Nederlandse rechter heeft geen rechtsmacht in deze zaak.

PROCESRECHT

Kort geding in langlopend conflict tussen de vakbond voor de werknemers die bij het Europees Octrooibureau in Rijswijk werkzaam zijn (VEOB) in samenwerking met de overkoepelend vakbond voor de werknemers die bij alle Europese vestigingen van het Octrooibureau werkzaam zijn (SUEPO) en de Europese Octrooi Organisatie en (EOO). De vakbonden worden gezamenlijk aangeduid als VEOB.

Het VEOB stelt dat het EOO het arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 februari 2015 weigert uit te voeren. Het EOO maakt, volgens het VEOB, het werk van het VEOB onmogelijk door onderzoeken in te stellen naar het vermeend wangedrag van individuele bestuursleden van het VEOB en tuchtrechtelijke procedures te starten. Het e-mail verkeer tussen het VEOB en werknemers is in verregaande mate beperkt door het EOO en werknemers wordt het recht op rechtsbijstand ontzegd. Het EOO maakt hiermee inbreuk op de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en vrijheid van vereniging en vergadering (artikel 11 EVRM). Het EOO voert aan dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is in deze procedure omdat EOO als internationale organisatie immuniteit van jurisdictie geniet.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de EOO voor de vervulling van haar werkzaamheden inderdaad immuniteit van jurisdictie geniet en dat de toekenning van deze immuniteit in het kader van dit geding geoorloofd is. Het is voldoende aannemelijk dat de werknemers en hun vertegenwoordigers bij de VEOB een alternatieve rechtsgang ter beschikking staat bij the International Labour Organisation Administrative Tribunal, conform artikel 13 EOV. Aan de voorwaarden gesteld in vaste jurisprudentie van het EHRM, is aldus voldaan. De Nederlandse rechter heeft in deze zaak dan ook geen rechtsmacht.

IEPT20160805, Rb Den Haag, VEOB v EOO

(ECLI-versie)