Eén fragment uitzending PowNed met uitlatingen Syrische vluchteling onrechtmatig
17-08-2016 Print this page
Journalist PowNed te goeder trouw gehandeld door niet kenbaar te maken dat zij journalist was, gezien onmogelijkheid om gesprekken te voeren met asielzoekers en hiervan beeld- en geluidopnames te maken. Fragment 2, waarin geïntimeerde over homoseksualiteit spreekt niet onrechtmatig: geen onjuiste indruk, ontlokking van bepaalde uitspraken en geen onderwerp van zeer intieme aard. Fragment 3, waarin geïntimeerde over zijn testikels spreekt wel onrechtmatig: slechts tot doel uitzending met grap af te sluiten, waardoor niet te goeder trouw is gehandeld. Onrechtmatigheid fragment 1 over voorzieningen asielzoekerscentra onvoldoende aannemelijk. Heruitzendingen fragment 3 onrechtmatig, heruitzendingen overige fragmenten niet. Heruitzending fragment 1 en 2 na vonnis Vzgr (IEPT20151215) niet onrechtmatig: geen verbod in dictum. Immateriële schadevergoeding van € 2.500. Geen rectificatie: Powned heeft in uitzending 17 december uitvoerig aandacht aan vonnis Vzgr besteed, geruime tijd verstreken sinds uitzending en geïntimeerde heeft verhaal kunnen doen bij verschillende media.
PUBLICATIE – SCHADE
Hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2015 (IEPT20151215), waarbij de uitzending over uitlatingen van een Syrische vluchteling onrechtmatig is beoordeeld.
Het hof beoordeelt drie uitzendingen: de uitzending van 1 oktober 2015, de uitzending van 3 december 2015 en de uitzending van 17 december 2015. Met betrekking tot de eerste uitzending wordt allereerst overwogen dat de journalist en cameraman van PowNed in beginsel in strijd met het uitgangspunt hebben gehandeld dat een journalist met open vizier handelt en dus bij het benaderen van derden zijn hoedanigheid bekend moet maken, maar dat moet worden beoordeeld of dit gerechtvaardigd was. Het hof acht het voorshands aannemelijk dat PowNed op of omstreeks 30 september 2015 werd geconfronteerd met een situatie waarin het haar als persorgaan onmogelijk werd gemaakt in de asielzoekerscentra gesprekken te voeren met asielzoekers en hiervan beeld- en geluidopnames te maken, gezien onder andere het beleid van de COA dat er afspraken moesten worden gemaakt om beeld- en geluidsopnames te maken. De journalist van PowNed heeft daarom te goeder trouw gehandeld, ook al heeft zij haar hoedanigheid niet gemeld. Er was een publiek belang om de informatie te kunnen vergaren en verspreiden. PowNed moest wel extra rekening houden met de belangen van geïntimeerde, omdat hij niet bewust heeft kunnen kiezen al dan niet mee te werken aan het interview en voor openbaarmaking ervan geen toestemming heeft kunnen geven.
Het fragment 2 van de uitzending van 1 oktober 2015, waarin geïntimeerde over homoseksualiteit spreekt wordt door het hof niet onrechtmatig beoordeeld. Het fragment wekt geen onjuiste indruk en het is niet aannemelijk geworden dat de uitspraak van geïntimeerde voortkwam uit het stellen van zodanig leidende vragen en het ontlokken van bepaalde uitspraken door de journalist, dat PowNed zich van de uitzending had moeten onthouden. Er is geen sprake van uitspraken over een onderwerp van zeer intieme aard, aangezien de uitspraken niet de eigen seksualiteit van geïntimeerde betreffen, maar enkel dat hij homoseksualiteit afkeurt. Ook hoefde het gezicht van geïntimeerde niet te worden geblurd, omdat het gezicht en gelaatsuitdrukking van geïntimeerde wezenlijk aan de zeggingskracht van de beelden bijdroeg omdat ze indringend duidelijk maken dat een concreet “mens van vlees en bloed” zich aldus heeft geuit.
Het fragment 3, waarin geïntimeerde over zijn testikels spreekt is echter wel onrechtmatig. Dit fragment diende niet zozeer ter ondersteuning van de discussie over de houding van (mannelijke) asielzoekers ten opzichte van vrouwenrechten en seks, maar veeleer als een allerminst serieus te nemen einde van de uitzending. Het is de vraag of de context van het fragment een voldoende noodzaak oplevert als bedoeld in artikel 8(2) EVRM om de publieke discussie zwaarder te laten wegen dan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van geïntimeerde. Nu fragment 3 slechts tot doel had de uitzending met een grap af te sluiten terwijl ook plaatsing op de internetkanalen enkel humoristisch was bedoeld, heeft PowNed naar het oordeel van het hof in zoverre niet te goeder trouw en derhalve onrechtmatig gehandeld. Het hof ziet niet in dat fragment 1, waarin geïntimeerde over de voorzieningen spreekt in het asielzoekerscentra onrechtmatig is. Geïntimeerde heeft dit onvoldoende toegelicht.
Voor het oordeel over de heruitzendingen is van belang dat PowNed in de media werd bekritiseerd en dat de advocaat van geïntimeerde een enkele onwaarheid had geuit. Met betrekking tot de heruitzendingen van 3 december en 17 december wordt op een zelfde manier geoordeeld als hierboven omschreven. Het opnieuw uitzenden van fragment 3 was onrechtmatig, maar het uitzenden van fragment 2 en 1 niet. Ook het uitzenden van fragment 4 (geïntimeerde maakt slaande beweging” was niet onrechtmatig. Door enerzijds in de uitzending van 3 december 2015 fragmenten te tonen waarbij geïntimeerde zich genuanceerder uitliet over homoseksualiteit dan eerder uitgezonden, maar anderzijds ook de slaande beweging te laten zien, heeft PowNed tot uitdrukking willen brengen dat zij wel degelijk een zekere nuance heeft nagestreefd en geïntimeerde zelfs in zekere zin heeft gespaard. Het hof merkt met betrekking tot de uitzending van 17 december – die na het bestreden vonnis is uitgezonden - nog op dat hoewel de fragmenten onrechtmatig waren bevonden, PowNed niet in het dictum was verboden de fragmenten uit te zenden en dus niet in strijd hiermee is gehandeld.
PowNed moet geïntimeerde een voorschot op een immateriële schadevergoeding van € 2.500 betalen. Ook wordt het PowNed verbonden fragment 3 uit te zenden. Voor zover PowNed over een openbaar toegankelijk archief beschikt, is onvoldoende betwist dat plaatsing van het fragment in dat archief noodzakelijk is om geschiedvervalsing te voorkomen. De gevorderde rectificatie wordt afgewezen, omdat PowNed in de uitzending van 17 december 2015 uitvoerig aandacht aan het vonnis heeft besteed en daarmee haar eigen publiek op de hoogte heeft gebracht van het feit dat zij door de voorzieningenrechter in het ongelijk was gesteld. Daar komt bij dat geruime tijd is verstreken sinds de uitzendingen en geïntimeerde zijn verhaal heeft kunnen doen via verschillende media.