Merkenrecht. Beroep door de aanvrager van het beeldmerk met het woordelement “3D” voor waren in klasse 30 tegen de toegewezen oppositie door de houder van het beeldmerk met het woordelement “3D’s” ook ingeschreven voor waren in klasse 30.
Het beroep wordt afgewezen. Er is sprake van verwarringsgevaar. Het GEU oordeelt dat de waren iets minder dan gemiddeld overeenstemmen. Voor wat betreft de zoute snacks hebben de waren een ander doel, een andere productiewijze en concurreren ze niet met elkaar, maar ze hebben wel dezelfde distributiekanalen. Visueel stemmen de beeldmerken overeen, omdat ze beide het dominante element ‘3d’ bevatten. Dat er achter “3D’s” nog een ‘s’ staat doet hier volgens het GEU niet aan af. Ook fonetisch stemmen de merken overeen. Dit wordt niet anders door de kleine verschillen in uitspraak. Tevens staan de merken voor hetzelfde concept, namelijk driedimensionaliteit. Dit is volgens het GEU voor het relevante publiek een dominant element.
77. In the present case it has been established, in paragraph 69 above, that the signs at issue were highly similar and, in paragraph 56 above, that the degree of similarity between the goods at issue in the present case was lower than average. Furthermore, the relevant consumer will show a relatively low degree of attention when purchasing these everyday consumer goods. Therefore, on the basis of these various factors and notwithstanding the distinctiveness of the earlier EU trade marks, it must be held that the Board of Appeal was right to find that there was a likelihood of confusion.
Lees het arrest hier.