Verkoop restvoorraad door sub-licentiehouder leidt niet tot uitputting

03-10-2016 Print this page
IEPT20160914, Rb Den Haag, Guy Laroche v 4 Every Ware

Geen bijzondere omstandigheden die leiden tot rechtsverwerking door Guy La Roche. Geen uitputting restvoorraad: geproduceerd ten behoeve van actie bij Carrefour Frankrijk en niet in handel gebracht. Te koop aanbieden restvoorraad, maar er niet in slagen deze te verkopen onvoldoende voor uitputting. Verkoop restvoorraad door sub-licentiehouder Promeco aan Boxter leidt niet tot uitputting: afspraken licentiehouder TOM met sub-licentiehouder Promeco in strijd met instructies licentiegever Guy Laroche. Inzage toegewezen, uit te voeren door registeraccountant. Reconventie: Geen opheffing bewijsbeslag: ook als Guy Laroche melding moest maken van overeenkomsten tussen TOM sub-licentiehouder is (voorzieningen)rechter niet op verkeerde been gezet.

 

MERKENRECHT – PROCESRECHT

 

Guy Laroche is een Frans modehuis. Op 21 februari 2012 hebben Guy Laroche en de Franse vennootschap Textiles Oliviers Mercier SARL (hierna: TOM) een licentieovereenkomst gesloten op grond waarvan TOM het recht had om bepaalde producten onder de merken van Guy Laroche te doen produceren en verkopen in het kader van een exclusieve loyaliteitsactie bij de supermarktketen Carrefour in Frankrijk. TOM heeft vervolgens voor de uitvoering van de actie in Frankrijk een overeenkomst gesloten met Promeco. Na afloop van de actie resteerde een voorraad van 936.814 merkproducten. Guy Laroche en TOM zijn daarna overeengekomen om een soortgelijke actie te organiseren bij Carrefour België. Guy Laroche heeft op 26 oktober 2012 TOM schriftelijk toestemming gegeven om met Promeco te onderhandelen over een sub-licentieovereenkomst ten behoeve van de spaaractie bij Carrefour België. Promeco heeft op 30 juli 2013 de van de actie bij Carrefour België resterende voorraad verkocht aan de Belgische vennootschap Boxter. Boxter heeft in december 2013 ongeveer 300.000 merkproducten, onder de mededeling dat deze producten reeds met toestemming van Guy Laroche in de handel waren gebracht,  verkocht aan 4 Every Ware. 4 Every Ware heeft de merkproducten op haar website aangeboden en advertenties geplaatst op een internet marktplaats. Guy Laroche stelt nu dat 4 Every Ware merkinbreuk heeft gemaakt.

 

Het beroep van 4 Every Ware op rechtsverwerking door Guy Laroche gaat niet op, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die daartoe zouden leiden. 4 Every Ware heeft aangevoerd dat de merkproducten zijn uitgeput. De rechtbank volgt haar hier niet in. Het te koop aanbieden van de restvoorraad, maar er niet in slagen deze te verkopen is onvoldoende om te kunnen spreken van het “in de handel brengen” in de zin van artikel 13 UmeV. Zelfs als het te koop aanbieden als een op de markt gerichte handeling moet worden aangemerkt, gaat het er immers om dat de merkhouder niet mag worden beperkt om het voor het eerst in de handel brengen van de merkproducten binnen de Gemeenschap te controleren. De rechtbank verwijst naar het Peak Holding arrest (IEPT20041130). Ook de verkoop van de restvoorraad door de sub-licentiehouder Promeco aan Boxter leidt niet tot uitputting, omdat de afspraken die TOM met de sub-licentiehouder heeft gemaakt in strijd zijn met de instructies van Guy Laroche uit de licentieovereenkomst. Over de restvoorraad is ondubbelzinnig afgesproken dat partijen hier nog over moeten praten en dat TOM geen enkele actie zal ondernemen zonder voorafgaande schriftelijke instructie van Laroche.

 

De gevorderde inzage wordt toegewezen, maar deze moet worden uitgevoerd door een registeraccountant, omdat niet uit te sluiten is dat er ook bestanden in beslag zijn genomen die informatie bevatten die niets met de inbreuk te maken hebben. Het beslag wordt niet opgeheven. Ook als Guy Laroche melding moest maken van de overeenkomsten tussen TOM en haar sub-licentiehouder is de (voorzieningen)rechter volgens de rechtbank niet op het verkeerde been gezet, omdat ook met in achtneming van die overeenkomsten de vorderingen worden toegewezen.

 

IEPT20160914, Rb Den Haag, Guy Laroche v 4 Every Ware

 

(ECLI-versie)