Rescue beschrijvend voor verzorgingsproducten, kruidendranken en voedingssupplementen
18-11-2016 Print this page
Merkenrecht. Beroep tegen een toegewezen nietigheidsverzoek tegen het uniewoordmerk RESCUE voor waren uit de klasses 3, 5, 30, 31, 32 (verzorgingsproducten, dranken en voedingssupplementen). Het verzoek is ingesteld omdat RESCUE beschrijvend zou zijn voor de waren waarvoor het ingeschreven stond.
Het beroep faalt. Het Gerecht overweegt allereerst of het woordmerk RESCUE als beschrijvend kan worden gezien voor de waren waarvoor het ingeschreven staat. Het Gerecht stelt vast dat RESCUE uitgelegd kan worden als ‘hulp, welzijn en verlichting bieden’, hetgeen beschrijvend is voor de waren waarvoor RESCUE ingeschreven staat. De verzorgingsproducten en de voedingsproducten kunnen namelijk beiden geacht worden een positieve werking op de gezondheid uit te dragen, hetgeen precies is waar RESCUE voor kan staan. Het Gerecht gaat als zodanig niet mee in de uitleg van appellant, die beweert dat RESCUE louter uitgelegd kan worden als ‘hulp bieden in een noodsituatie’. Dit middel faalt.
Het Gerecht overweegt daarnaast of het merk RESCUE, ondanks dat het beschrijvend is, alsnog onderscheidend vermogen heeft verkregen door het opbouwen van een considerabele reputatie. Het Gerecht erkent dat ‘rescue remedy’ een reputatie geniet in het Verenigd Koninkrijk. Appellant beweert dat deze reputatie zou strekken tot een onderscheidend vermogen. Het Gerecht stelt hierbij echter dat de reputatie van het merk voor de hele Engelstalige bevolking van Europa moet worden uitgelegd. Dit behelst ook Ierland, Malta en in zekere mate Zweden, Finland, Nederland en Denemarken. In deze landen geniet het merk geen reputatie waardoor het onderscheidend vermogen zou verkrijgen. Dit middel faalt ook. Het beroep wordt afgewezen en de nietigheid blijft in stand.
Lees het arrest hier.
“47 It follows from all of the foregoing that, for the relevant public, there is a sufficiently direct and specific relationship between the contested trade mark and all the goods concerned. Accordingly, the Board of Appeal was correct to conclude that the trade mark RESCUE had a descriptive character, within the meaning of Article 7(1)(c) of Regulation No 207/2009, with regard to the goods at issue in the present case.
60 Therefore, the relevant public for the purpose of assessing the distinctive character acquired through use of the trade mark RESCUE at issue in the present case cannot be limited to consumers in the United Kingdom but also includes, as a minimum, the average consumers of other English-speaking countries. The fact that long-standing use of the contested trade mark on a grand scale in the United Kingdom was acknowledged by the Board of Appeal, as emphasised by the applicant, cannot alter that conclusion. That fact does not preclude a finding, when assessing the distinctive character acquired through use of the contested trade mark in the present case, that the relevant territory is larger than that of the United Kingdom alone.”