Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen inschrijving van het uniewoordmerk CASTELLO voor waren uit de klasse 29, 30 en 31 (etenswaren). Oppositie werd ingesteld op basis van het oudere uniebeeldmerk met het woordelement CASTELLÓ Y JUAN voor waren uit de klasse 30 (etenswaren) en diensten uit de klasse 35 en 39.
Het beroep faalt. Het beroep berust op twee middelen. Het eerste middel betoogt dat de houder van het oudere merk onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van normaal gebruik van zijn merk. Hierin gaat het Gerecht niet mee: de aangeleverde bewijzen volstaan om normaal gebruik vast te stellen. Het tweede middel betoogt dat de Kamer van Beroep een onjuiste vaststelling van verwarringsgevaar heeft gemaakt. Ook dit middel faalt. Belangrijk hierbij is de overeenstemming van de waren. Hierover stelt het Gerecht dat de etenswaren uit klasse 29 die het nieuwe merk tracht te beschermen ook overeenstemmen met de waren uit de klasse 30 van het oudere merk. De enige uitzondering die het Gerecht vindt in deze afweging zijn bevroren fruit en groenten. In sommige gevallen is de overeenstemming van de waren laag. De overeenstemming tussen de merken is daarentegen erg groot. Visueel zijn de merken vrijwel gelijk door het gedeelde woordelement CASTELLO. Dit maakt ook dat ze fonetisch gelijk zijn, en conceptueel is er ook geen verschil tussen de merken. Deze grote mate van overeenstemming compenseert de mindere mate van overeenstemming in de waren. Het Gerecht concludeert dat er sprake is van een verwarringsgevaar en dat het nieuwe merk niet mag worden ingeschreven.
Lees het arrest hier.
“96 It follows from the foregoing that, with the exception of frozen fruit and vegetables, the goods designated by the mark applied for in Classes 29 and 30 and the goods designated by the earlier marks in Class 30 are similar, as the Board of Appeal correctly indicated in paragraphs 87 and 103 of the contested decision. It is true, however, that in certain cases the degree of similarity is low.
113 Even if there were only a very low degree of similarity between the goods covered by the mark applied for and those designated by the earlier trade marks, the Board of Appeal would not – in view of the other factors mentioned in the preceding paragraph – have erred in concluding that there was a likelihood of confusion.”