Artikelen in Het Parool over bomaanslag op kantoorvilla niet onrechtmatig

22-11-2016 Print this page
IEPT20161019, Rb Amsterdam, Het Parool

Belang Het Parool bij uitingsvrijheid weegt zwaarder dan het belang van eiser bij het beschermen van zijn eer en goede naam: eiser onvoldoende onderbouwd dat het artikel van 14 juni 2010 in fysieke krant onrechtmatig is, Het Parool heeft voldoende duidelijk gemaakt dat het webartikel van 14 juni 2010 speculaties betrof en geen vaststaande feiten, niet kan worden geoordeeld geen hoor en wederhoor heeft toegepast, foto dichtgetimmerd raam geen onrechtmatige inbreuk persoonlijke levenssfeer eiser, onvoldoende onderbouwd dat de feitelijk juiste omschrijving van de met kogels doorzeefde ramen de eer en goede naam van eiser aantasten.

PUBLICATIE - PRIVACY

Eiser is eigenaar van een vastgoedbedrijf. Dit vastgoedbedrijf is gevestigd in dezelfde kantoorvilla als Sirko & Swane Advocaten en Notarissen. In 2010 is er in het deel van het pand waar het vastgoedbedrijf gevestigd was een handgranaat gegooid en ontploft. Het Parool heeft aan deze bomaanslag in 2010 en 2012 artikelen gewijd. In de artikelen wordt de suggestie  gewekt dat de bomaanslag voor het vastgoedbedrijf was bedoeld naar aanleiding van een langlopend vastgoedconflict, maar naar later bleek was het advocatenkantoor het doelwit.

Eiser vordert een verklaring voor recht dat Het Parool inbreuk heeft gemaakt op het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. Tevens vordert eiser Het Parool te veroordelen in vergoeding van de door eiser geleden schade. Eiser voert hiertoe aan dat de artikelen hem in eer en goede naam hebben aangetast. Ten onrechte is er in de artikelen gewag gemaakt van een conflict over een onroerendgoedtransactie en een slepende ruzie over een vastgoedverkoop. De verdiencapaciteit van eiser is hierdoor aangetast.

De rechtbank oordeelt dat het belang van Het Parool bij uitingsvrijheid zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het beschermen van zijn eer en goede naam. Uit politiemutaties en de getekende getuigenverklaring van eiser, blijkt dat eiser op de avond van de aanslag nog aan de politie heeft verklaard dat er een zakelijk conflict speelde. Het staat vast dat de granaat onder het bureau van eiser is ontploft. Ook heeft eiser bij de politie melding gemaakt van bedreiging. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat het artikel van 14 juni 2010 in de papieren krant onrechtmatig is.

Op de website van Het Parool wordt in een artikel van 14 juni 2010 gespeculeerd dat de bomaanslag een gevolg was van een slepende ruzie naar aanleiding van een vastgoeddeal. Het Parool heeft voldoende duidelijk gemaakt dat het hierbij gaat om speculatie en niet om feiten. Dat de journalist deze speculatie heeft gebaseerd op wat hij uit opsporingskringen heeft vernomen, is volgens de rechtbank heel aannemelijk gezien de verklaring die eiser op de avond van de bomaanslag heeft afgelegd en de eerdere melding van bedreiging.
Voorts heeft de journalist gesteld dat hij de ochtend na de bomaanslag naar de kantoorvilla is gegaan, maar daar medegedeeld werd dat er geen commentaar werd gegeven. Ter comparitie van partijen heeft eiser dit bevestigd. Niet kan worden geoordeeld dat Het Parool in onvoldoende mate uitvoering heeft gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor.

Het enkele feit dat er bij het artikel van 24 maart 2012 een foto is geplaatst van de kantoorvilla met een dichtgetimmerd raam, maakt niet dat er sprake is van onrechtmatig inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eiser.

In het artikel van 5 november 2012 wordt gesproken van met kogels doorzeefde ramen. Dit is feitelijk onjuist, maar eiser wordt niet met naam genoemd in het artikel. De naam van de zakelijk partner van eiser wordt wel genoemd, maar het is onvoldoende gesteld en onderbouwd dat het artikel eiser in zijn eer en goede naam aantast.

IEPT20161019, Rb Amsterdam, Het Parool

(ECLI-versie)