Gerede kans dat in bodemprocedure wordt geoordeeld dat robots Ventidrive geen inbreuk maken op EP 330
27-10-2016 Print this page
Beslag opgeheven: gerede kans dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat robots van Vertidrive geen inbreuk maken op EP 330. Geen directe inbreuk op conclusie 1 van EP 330: magneet in de robots van Vertidrive bevindt zich niet in een vlak parallel aan het werkoppervlak (kenmerk 1.9.1.2). Geen sprake van equivalentie: conclusie 1 bewust beperkt, waardoor sprake is van situatie “disclosed but not claimed is disclaimed”, aannemen equivalentie zou kenmerk dat magneet parallel aan werkoppervlak geplaatst en gevormd moet zijn weginterpreteren, nagenoeg onmogelijk aan te geven waar grenzen beschermingsomvang liggen en magneet van Vertidrive kan oneffenheden in werkoppervlak beter volgen hetgeen leidt tot verbeterd resultaat t.o.v. het octrooi.
Kort geding. Waterjet legt zich toe op het ontwikkelen en verhandelen van bestuurbare magnetische robots ten behoeve van het milieuvriendelijk verwijderen van coatings van scheepswanden en andere ferromagnetische oppervlakken. Waterjet is houdster van octrooi EP 330 voor een “Air gap magnetic mobile robot”. Volgens Waterjet maakt Ventidrive inbreuk op haar octrooi met haar M2 Handy, M3 Hydroblasting, M3 Vacuum, M4.1 Vacuum en M4.2 Vacuum robots. Waterjet heeft daarom conservatoir tot afgifte doen leggen op (onderdelen van) robots en materialen die bij de voortbrenging van de robots worden gebruikt en deze zaken in gerechtelijke bewaring doen nemen. Ventidrive vordert nu opheffing van het beslag. In reconventie vordert Waterjet een inbreukverbod.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er een gerede kans is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de robots van Ventidrive geen inbreuk maken op EP 330. Het octrooi bevat het kenmerk 1.9.1.2 “wherein the bar magnet is shaped and disposed in a plane parallel with the surface of said ferro-magnetic work piece to gain the strongest magnetic attraction between the bar and the work piece”. Omdat de magneet in de robots van Vertidrive zich niet in een vlak parallel aan het werkoppervlak bevindt is geen sprake van directe inbreuk. Het kenmerk 1.9.1.2 schrijft bovendien niet slechts voor dat de magneet in een vlak parallel aan het werkoppervlak moet zijn geplaatst maar ook gevormd.
Er is geen sprake van equivalentie, onder meer omdat conclusie 1 bewust beperkt zou zijn in het kader van de geldigheidsbezwaren in de verleningsprocedure ten op zichtte van US 271. Daarnaast zou het aannemen van equivalentie het kenmerk dat de magneet parallel aan het werkoppervlak geplaats en gevormd zou zijn worden weggeïnterpreteerd. De reconventionele vordering wordt afgewezen, nu er gerede twijfel is over de vraag of de robots van Ventidrive inbreuk maken op EP 330.
IEPT20161020, Rb Den Haag, Vertidrive v Waterjet