Caffè Nero beschrijvend voor koffie

16-12-2016 Print this page
IEPT20161027, GEU, Caffè Nero Group v EUIPO

T-37/16. Merkenrecht. Beroep tegen de instandhouding van de weigering om het uniebeeldmerk met de elementen CAFFÈ NERO in te schrijven voor waren uit de klasse 30 (koffie, thee, chocolade) en diensten uit de klasse 35. (detailhandel voor koffie, thee en chocolade) Het merk werd geweigerd op gronden van art. 7(1)(b), (c) en (g) van de merkenrichtlijn.

 

Het beroep faalt. Caffè Nero stelde vier gronden in. Allereest stelde zij dat de Kamer van Beroep onjuist geoordeeld heeft over het beschrijvend karakter van het merk. Hierover stelt het Gerecht dat Caffè Nero door veel mensen gezien zal worden als ‘zwarte koffie’. Het standpunt dat Italianen niet verwijzen naar zwarte koffie als zodanig in verband met de kleur kan hieraan geen afbreuk doen; immers, de kleur zwart kan nog steeds worden opgevat als beschrijvend voor koffie. Daar het merk beschrijvend is, kan het tweede grief aangaande het onderscheidend vermogen ook niet slagen. Het derde grief komt op tegen het oordeel dat het merk niet in kan worden geschreven wegens een strijdigheid met 7(1)(g) – de Kamer van Beroep oordeelde dat de waren waarvoor het merk is ingeschreven, bijvoorbeeld thee, door de consument wel eens geacht kunnen worden zwarte koffie te bevatten. Caffè Nero stelt zich op het standpunt dat de Kamer hier is uitgegaan van een worst case scenario. Hierover oordeelt het Gerecht echter dat het niet uitmaakt of het merk in best case scenario’s niet misleidend is – immers bestaat nog steeds de kans dat het wel misleidend is in de minder fortuinlijke scenario’s. Het vierde grief stelt dat de Kamer van Beroep onjuist oordeelt over dit merk in het licht van beginselen van gelijkheid en goed bestuur, omdat Caffè Nero al twee merken met dezelfde woordelementen bezit. Hierover stelt het Gerecht dat zij zich simpelweg niet gebonden hoeft te zien aan vorige beslissingen. Het beroep faalt, het merk wordt niet ingeschreven.

 

37. Moreover, the Court points out, in any event, that even if the Italian-speaking public did perceive the sign at issue as being evocative of coffee which is black in colour (paragraph 33 above), not as referring to black coffee as understood by the Board of Appeal, the sign would still be descriptive of the goods and services in respect of which the Board of Appeal applied the ground for refusal in Article 7(1)(c) of Regulation No 2007/2009. Indeed, the public concerned would immediately perceive, without further reflection, that the goods are or contain black coffee or taste like that, and that the services relate to the sale and promotion of those goods.

53. It follows from the foregoing that, once the existence of actual deceit or a sufficiently serious risk that the consumer will be deceived has been established, it becomes irrelevant that the mark applied for might also be perceived in a way that is not misleading. Indeed the mark is, on any view, of such a nature as to deceive the public and is therefore unable to fulfil its role, which is to guarantee the origin of the goods and services to which it refers.

 

Lees het vonnis hier.

 

T-29/16. Merkenrecht. Beroep tegen de beslissing om de inschrijving van het uniewoordmerk CAFFÈ NERO te weigeren. Caffè Nero stelt zich op dezelfde grieven als bovenstaand, die ook om dezelfde redenen als bovenstaand verworpen worden. Het merk wordt niet ingeschreven.

 

Lees het vonnis hier.