Verwarringsgevaar tussen Fortune® en FORTUNE-HOTELS

16-12-2016 Print this page
IEPT20161108, GEU, For Tune v EUIPO

Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen inschrijving van het uniebeeldmerk met het woordelement ‘FORTUNE’ voor diensten uit klasse 35 en 41 (alle diensten uit die categorie van de Nice Classificatie). Oppositie werd ingesteld op basis van het oudere Duitse woordmerk FORTUNE-HOTELS voor diensten uit de klasse 35 en 41 (business management, tentoonstellingen, entertainment).

 

Het beroep faalt. Aanvrager stelt één grief in, namelijk dat de Kamer van Beroep onjuist geoordeeld heeft over het verwarringsgevaar tussen het oude en het nieuwe merk. Hierover oordeelt het Gerecht dat het relevante publiek een gemiddeld oplettende Duitse consument is. Aanvrager stelde hierover dat in het licht van haar diensten de oplettendheid hoog moest worden geacht, maar het Gerecht vond dat een deel van het publiek ook de gemiddelde Duitse consument was, en de minst oplettende consument moet als maatstaf worden genomen. De diensten komen overeen, hetgeen ook niet weersproken wordt. Visueel gezien stemmen de merken gemiddeld overeen, zo stelt het Gerecht. Immers, de gemiddelde Duitse consument zou uit het nieuwe merk het woordelement FORTUNE opmaken, en niet FOR TUNE, zoals beargumenteerd door aanvrager. Dit woordelement is ook bekend bij het Duitse publiek en zal daarom veel herkend worden. Omdat er in het merk verder geen visueel opvallende elementen zijn is er sprake van een gemiddelde overeenstemming. Omdat dit het enige te herkennen element is, is er ook sprake van fonetische overeenstemming. Conceptueel refereren beide merken aan het element fortune, hetgeen geluk of succes betekent. Als zodanig is er ook sprake van conceptuele overeenstemming. Deze mate van overeenstemming, samen gezien met overeenstemmende diensten en een gemiddeld oplettend publiek zorgen voor verwarringsgevaar. Het beroep faalt, het merk mag niet worden ingeschreven.

 

"65. In accordance with the principle of interdependence, referred to in paragraph 60 of the present judgment, it must be found that there is a likelihood of confusion fort he relevant public between the marks at issue, since that public is likely to believe that the services at issue come from the same undertaking or at least economically-linked undertakings because, first, the services at issue are in part identical and in part similar, which is moreover, not disputed by the parties and, secondly, the signs at issue overall display visual, phonetic and conceptual similarities, as is clear from the foregoing considerations, even though, as the applicant observed, the other party to the proceedings before EUIPO did not claim that the earlier mark had an above average degree of distinctiveness, which could have increased the likelihood of confusion, in line with the case-law that the more distinctive the earlier mark, the greater will be the likelihood of confusion. "

 

Lees het arrest hier.