Onrechtmatige vergelijkende reclame door aanschrijven klanten voormalig distributeur
14-11-2016 Print this page
Spoedeisend belang bij bezwaar tegen informatiebrief die aan klanten eiser is gestuurd door gedaagde volgt uit belang om vermeend onrechtmatige mededelingen zo spoedig mogelijk te rectificeren. Informatiebrief moet worden aangemerkt als vergelijkende reclame: brief verwijst naar producten eisers en is bedoeld om eigen afzet te bevorderen. Bepaalde passages informatiebrief aan te merken als onrechtmatige vergelijkende reclame: suggestie dat sprake is van imitatieproducten naar voorlopig oordeel onjuist en objectieve onderbouwing voor uitspraken omtrent kwaliteitsverschil ontbreekt. Passages over bëindiging distributieovereenkomst en overeenstemming ingrediëntenlijst feitelijk juist en derhalve niet onrechtmatig.
RECLAMERECHT
Aliter Curari c.s. maakt bezwaar tegen een aan haar klanten verzonden informatiebrief, waarin gedaagde Dr. Rath Heath Programs uitlatingen doet die volgens Aliter Curari c.s. onrechtmatig zijn wegens ongeoorloofde vergelijkende reclame. Aliter Curari c.s. vordert een verbod op het doen van uitlatingen aan derden over het al dan niet verkopen van imitatieproducten, de kwaliteit van de producten, de deskundigheid van eisers dan wel iedere andere onrechtmatige uiting. Ook wordt opgave van de gegevens van de personen aan wie de informatiebrief is verzonden gevorderd, alsmede rectificatie van de informatiebrief.
De voorzieningenrechter oordeelt allereerst dat het spoedeisend belang volgt uit het belang om de vermeend onrechtmatige mededelingen zo snel mogelijk te rectificeren. De voorzieningenrechter volgt Aliter Curari c.s. vervolgens in het betoog dat de informatiebrief moet worden aangemerkt als vergelijkende reclame en derhalve dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 6:194a lid 2 BW. De brief verwijst namelijk naar de producten van eiser en is volgens de voorzieningenrechter onmiskenbaar bedoeld om de afzet van de eigen producten te bevorderen.
Betreffende de uitlatingen uit de informatiebrief waarin de suggestie wordt gewerkt dat Aliter Curari c.s. ‘imitatieproducten’ zou verkopen, stelt de voorzieningenrechter dat naar voorlopig oordeel geen sprake is van imitatie, waardoor deze uitlatingen in strijd zijn met artikel 6:194a lid 2 sub e en 6:194a lid 2 sub a jo. 6:193c lid 2 sub a BW. Ook voor de uitlatingen waarin gesuggereerd wordt dat de producten van Aliter Curari c.s. van inferieure kwaliteit zijn ten opzichte van de producten van Dr. Rath Health Programs ontbreekt volgens de voorzieningenrechter iedere objectieve onderbouwing, waardoor deze uitlatingen als onrechtmatig worden beschouwd op grond van artikel 6:194a lid 2 sub c. Bezwaren tegen de overige uitlatingen uit de informatiebrief worden door de voorzieningenrechter afgewezen daar deze voldoende feitelijk kunnen worden onderbouwd.
Voor een algemeen verbod op uitlatingen over de producten of deskundigheid van eisers is volgens de voorzieningenrechter geen plaats omdat niet iedere uitlating daarover op voorhand als onrechtmatig kan worden beschouwd. Het verbod wordt derhalve toegespitst op uitlatingen over imitatieproducten, daar voldoende aannemelijk is dat die uitlatingen ongegrond en daarmee onrechtmatig zijn. De vordering inhoudende afgifte van de gegevens van de personen aan wie de informatiebrief is verstuurd, wordt toegewezen. Ook de vordering tot rectificatie wordt opgelegd, met uitzondering van het daarin gevorderde excuus. De proceskosten worden vastgesteld op € 1.512,75. Omdat het hier volgens de voorzieningenrechter niet gaat om een procedure tot handhaving van IE-rechten, worden de proceskosten volgens het liquidatietarief begroot in plaats van het door Aliter Curari c.s. aangevoerde artikel 1019 Rv.