Verwarringsgevaar tussen POLO CLUB SAINT-TROPEZ HARAS DE GASSIN en BEVERLY HILLS POLO CLUB
16-12-2016 Print this page
Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen het uniebeeldmerk met het woordelement POLO CLUB SAINT TROPEZ HARAS DE GASSIN voor waren uit de klasse 3 en diensten uit de klasse 41 (badproducten en training, entertainment en culturele activiteiten). Oppositie werd ingesteld door de houder van het oudere beeldmerk met het woordelement BEVERLY HILLS POLO CLUB voor waren en diensten uit de klasse 3 en 41. (badproducten en entertainment, training en sportactiviteiten).
Het beroep faalt. De aanvrager van het merk stelde zich op twee grieven. Allereerst stelde het dat de Kamer van Beroep onjuist heeft geoordeeld over het verwarringsgevaar tussen de twee merken. Hierover stelt het Gerecht dat hoewel de Kamer van Beroep deze niet expliciet benoemd heeft, er sprake is van het brede publiek met een gemiddelde oplettendheid. Het Gerecht bepaalt m.b.t. de waren en diensten dat deze identiek zijn, of in ieder geval gelijkend, in tegenstelling tot hetgeen Polo Club beweert. De merken stemmen visueel in mindere mate overeen – de tekst en de kleuropstelling van de merken verschilt, maar de polospeler stemt overeen. Daar dit element niet verwaarloosbaar is stemmen de merken in lage mate overeen. Fonetisch gezien stemmen de merken ook in mindere mate overeen. Het element POLO CLUB is in beide merken niet verwaarloosbaar, waardoor er, ondanks de toevoeging van verschillende andere elementen, toch sprake is van een overeenstemming. Conceptueel gezien is er sprake van een gemiddelde mate van overeenstemming, doordat de merken allebei naar een polospeler/poloclub refereren. Het feit dat er twee verschillende geografische locaties aan toegevoegd worden kan hieraan geen afbreuk doen volgens het Gerecht. Er zou volgens het Gerecht een verwarringsgevaar tussen de merken kunnen ontstaan, omdat vooral de waren en diensten overeenstemmen.
Het tweede grief van Polo Club stelt zich op een overtreding van procedurele regels, doordat de Kamer van Beroep toestond dat tijdens haar procedure bewijs omtrent het normale gebruik van het oudere merk werd toegelaten. Op basis van eerdere rechtspraak besloot het Gerecht echter dat dit de eerste kans voor de houder van het oudere merk was om dit bewijs aan te voeren, en dat het daarom toegestaan moest worden.
87 Accordingly, given also that the corollary of the fact that the goods and services are identical is that the scope of any differences between the signs in question is reduced […] it must be found that there is a likelihood of confusion as regards the goods and services which were considered identical.
88 As regards the services which are not identical, but similar (see paragraph 40 above), that factor, combined with the signs'similarity -- above all their conceptual similarity -- and with the normal distinctive character of the earlier marks, is sufficient to confirm that there is a likelihood of confusion.
117 Even if those considerations of the Court of Justice apply to a case such as the present, where additional evidence concerning the enhanced distinctive character of the earlier marks – not the existence, validity and scope of their protection – is adduced at a second stage, it is sufficient to note that the intervener produced that evidence at the first opportunity open to it in order to respond to the applicant's criticisms mentioned in paragraph 107 above.