Geen spoedeisend belang bij vorderingen m.b.t. inbreuk op tulpenras Royal Virgin: ondanks dat HBM sinds januari 2013 op de hoogte was van inbreuk pas in maart 2016 actie ondernomen. Geen reden om te twijfelen aan verklaring gedaagden dat alle bloembollen One Direction zijn vernietigd, onthoudingsverklaringen getekend met boetebeding en blijkens onthoudingsverklaring opgave gedaan van vermeerderde, verkochte en geleverde bollen.
PROCESRECHT
Kort geding. Holland Bolroy Markt (HBM) richt zich op de groothandel in bloemen en planten en het verkrijgen en exploiteren van kwekersrechten en licentierechten. Zij is onder meer houdster van het Nederlandse kwekersrecht voor het tulpenras Royal Virgin, dat een compleet witte bloem betreft. Gedaagden hebben op enig moment een mutant van het ras Royal Virgin verkregen van een derde partij. Deze mutant is in hoofdzaak wit, maar heeft ook enkele paarsrode strepen en spikkels. Gedaagden hebben de mutant “One Direction” genoemd. [gedaagde sub 1] heeft in januari 2013 op een vakbeurs voor het tulpenvak, Midwinterflora, de One Direction getoond. HBM heeft [gedaagde sub 1] daarop aangesproken en gemeld dat de mutant onder de toepasselijke algemene voorwaarden van HBM aan haar moest worden overgedragen. Ook heeft HBM [gedaagde sub 1] op 14 januari 2013 een e-mail gestuurd met het standpunt dat One Direction een afgeleid ras is van het Royal Virgin ras en [gedaagde sub 1] verzocht om plantmateriaal van One Direction aan haar beschikbaar te stellen. [gedaagde sub 1] heeft bij e-mail van 14 januari 2013 aan HBM gebeld dat zij in de herfst van 2012 ongeveer 850 kilo One Direction bloembollen had geplant. Zij heeft geen bollen van de One Direction aan HBM ter beschikking gesteld. In maart 2016 heeft HBM stappen ondernomen tegen gedaagden. HBM vordert nu een inbreukverbod. De vorderingen worden afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter overweegt dat geen sprake is van spoedeisend belang, omdat ondanks dat HBM sinds januari 2013 op de hoogte was van de inbreuk, zij pas in maart 2016 stappen heeft ondernomen. Ter zitting is door HBM desgevraagd aangegeven dat de situatie in maart 2016 zou zijn gewijzigd en spoedeisend werd, omdat haar toen duidelijk werd dat er bloemen One Direction werden geveild, waardoor de zaak voor het eerst economische relevantie zou hebben gekregen, aangezien dit de positie van HBM op de markt zou aantasten. De voorzieningenrechter is hierdoor niet overtuigd, omdat HBM geen reden had om in januari 2013 en nadien aan te nemen dat [gedaagde sub 1] de One Direction bloembollen slechts zou vermeerderen, maar geen teelt- of oogstmateriaal One Direction op de markt zou brengen. Desondanks is niet eerder een verbod en/of opgave gevorderd. Door dit tijdsverloop kan al geen spoedeisend belang worden aangenomen.
De voorzieningenrechter gaat voorts erop in dat zij de twijfel van HBM dat de bloembollen die op 28 en 31 oktober 2016 zijn vernietigd, de inbeslaggenomen bloembollen One Direction betreffen niet delen. Zonder nadere toelichting heeft de voorzieningenrechter geen twijfel om te twijfelen aan de verklaring van gedaagden, die door een proces-verbaal van constatering van de deurwaarder wordt ondersteund, dat zij alle bloembollen One Direction heeft laten vernietigen. Daarnaast hebben gedaagden onthoudingsverklaringen getekend met een boetebeding en is blijkens de onthoudingsverklaringen opgave gedaan van vermeerderde, verkochte en geleverde bollen One Direction.
IEPT20161116, Rb Den Haag, HBM
(ECLI-versie)