Concurrentiebeding in stand gebleven: geen nieuwe, aansluitende arbeidsovereenkomst gesloten zonder concurrentiebeding, concurrentiebeding geen geldigheid verloren door omzetting arbeidsovereenkomst naar arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Arbeidsverhouding gedaagde ingrijpend gewijzigd. Concurrentiebeding is aanmerkelijk zwaarder gaan drukken: voldoende aangetoond dat gedaagde, meer dan indien geen functiewijziging tot operationeel directeur had plaatsgevonden, door handhaving van het concurrentiebeding belemmerd wordt in het vinden van een gelijkwaardige functie. Concurrentiebeding geldig gebleven voor zover het ziet op werkzaamheden gedaagde als expediteur: dat deel is niet aanmerkelijk zwaarder gaan drukken. € 15.000 boete wegens schending resterend concurrentiebeding voor werkzaamheden bij BCI Rotterdam tussen 1 en 30 juni 2016. Geen matiging boete € 15.000: 3 werknemers overgestapt naar bedrijf gedaagde en substantiële schade Schutter door overstappen klanten naar dit bedrijf.
Schutter en gedaagde zijn op 18 maart 2005 een arbeidsovereenkomst per 1 april 2005 aangegaan voor de duur van 12 maanden. Deze overeenkomst werd per 1 januari 2006 omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Gedaagde trad in dienst in de functie van expediteur tegen een loon van € 3.250,- bruto per maand. Deze arbeidsovereenkomst bevat naast een geheimhoudingsbeding tevens een concurrentiebeding. Reeds voor de afloop van de aanvankelijk overeengekomen duur van 12 maanden, is de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2006 omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Uiteindelijk is gedaagde opgeklommen tot de functie van operationeel directeur. Op 26 oktober 2015 heeft gedaagde de arbeidsovereenkomst met Schutter opgezegd tegen 30 november 2015 en is door hem Lisan Management opgericht. Uiteindelijk is de arbeidsovereenkomst onder gelijkblijvende condities feitelijk voortgezet tot 31 december 2015. Nadat gedaagde BCI Rotterdam oprichtte heeft Schutter hem gedagvaard, omdat gedaagde zijn concurrentiebeding zou schenden.
De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding in stand is gebleven, omdat in tegenstelling tot hetgeen Schutter stelt op 30 november 2015 geen nieuwe arbeidsovereenkomst is gesloten zonder concurrentiebeding. Gedaagde heeft zijn gebruikelijke werkzaamheden normaal voortgezet en heeft het gebruikelijke loon ontvangen tot 31 december 2015. Ook heeft het beding geen geldigheid verloren door de omzetting van het arbeidscontract naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Naar het oordeel van de kantonrechter is de arbeidsverhouding van gedaagde ingrijpend gewijzigd en aanmerkelijk zwaarder gaan drukken. Er is voldoende aangetoond dat gedaagde, meer dan indien er geen functiewijziging tot operationeel directeur had plaatsgevonden, door handhaving van het concurrentiebeding belemmerd wordt in het vinden van een gelijkwaardige werkkring, met bijbehorende taken en bevoegdheden, status en verdienmogelijkheden als hij laatstelijk had bij Schutter. Het concurrentiebeding had daarom op enig moment ten gevolge van de functiewijziging naar manager oliën en vetten per november 2007, dan wel ten gevolge van de functiewijziging naar operationeel directeur per juli 2013, opnieuw schriftelijk overeengekomen moeten worden om zijn geldigheid volledig te behouden, hetgeen niet is gebeurd.
De kantonrechter is evenwel van oordeel dat niet het gehele concurrentiebeding, nietig is en het beding geldig moet blijven voor zover het gedaagde verbood om als expediteur werkzaam te zijn. Het concurrentiebeding is geschonden voor werkzaamheden bij BCI Rotterdam tussen 1 en 30 juni 2016. Hierdoor is een boete verbeurd van € 15.000. De boete wordt niet gematigd.
IEPT20161125, Rb Rotterdam, Schutter