Bacardi niet bevoegd m.b.t. gestelde inbreuk wegens leveringen aan niet in NL gevestigde partijen. Bacardi bevoegd jegens Shannon Brands m.b.t. levering aan Van Caem in Leiden. Bacardi niet bevoegd jegens aantal gedaagden: niet voorzienbaar dat zij samen met Kamstra Export voor NL rechter zouden worden gedaagd. Bacardi niet bevoegd jegens Corrig: gevestigd in Ierland en geen handelingen of schade plaatsgevonden in arrondissement Den Haag. Bacardi niet bevoegd jegens Hellwege: Rb Den Haag niet bevoegd gesteld inbreukmakende verkoop in Duitsland te onderzoeken. Bacardi bevoegd jegens Kritzky: ten aanzien van inbreuk Uniemerk op grond van artikel 97(5) UmeV en ten aanzien van inbreuk Beneluxmerk wegens verknochtheid met gestelde inbreuk op Uniemerk. Bacardi moet zekerheid stellen voor € 40.000 jegens Buitenlandse vennootschappen: niet gebleken dat Bacardi aan de hand van artikel 60 EVEX-verdrag in Zwitserland is gevestigd. te verwachten dat maximale bedrag volgens IE-indicatietarieven niet toereikend zal blijken. Bacardi moet zekerheid stellen jegens [B], [C] en [D] voor € 20.000: sluit aan bij IE-indicatietarieven. Vooralsnog aanhouding zaak i.v.m. vragen hof Arnhem-Leeuwarden aan Hoge Raad: deels beantwoord door Hoge Raad in IEPT20161118 en IEPT20151113, waarover buitenlandse vennootschappen zich kunnen uitlaten.
PROCESRECHT – IPR
Bevoegdheids- en zekerheidstellingsincident. In deze procedure zijn al een aantal vonnissen gewezen: zie IEPT20150318 (bevoegdheidsincident opgeworpen door [A]), IEPT20150930 (bevoegdheidsincident opgeworpen door [B], [C] en [D]) en IEPT20150930 (zekerheidsstellingsincident).
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is Shannon Brands met betrekking tot de vorderingen gebaseerd op de levering aan Van Caem en met betrekking tot de vorderingen jegens Kritzky wegens het aanbod op een prijslijst aan Torijn. Met betrekking tot de overige vorderingen tegen vennootschappen die het bevoegdheidsincident hebben opgeworpen acht de rechtbank zich niet bevoegd.
Bacardi moet zekerheidsstellen voor € 40.000 tegen de zogenaamde Buitenlandse vennootschappen (een aantal gedaagden worden zo aangeduid door de rechtbank). Het verweer van Bacardi dat zij in Zwitserland is gevestigd wordt niet gevolgd. Voor de beoordeling of tenuitvoerlegging van het vonnis op grond van het EVEX-verdrag mogelijk is dient de woonplaats van Bacardi Limited niet te worden beoordeeld aan de hand van het BW, zoals Bacardi stelt, maar aan de hand van artikel 60 van het EVEX-verdrag. Uit niets blijkt, en Bacardi Limited stelt ook niet, dat zij haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging in Zwitserland heeft. De gevorderde zekerheidsstelling van € 500.000 wordt echter afgewezen, omdat dit bedrag niet is gemotiveerd en ver boven de bedragen die gebruikelijk in merkenprocedures worden toegekend ligt. Het is echter te verwachten dat het maximale bedrag volgens de IE-indicatietarieven niet toereikend zal blijken, waardoor een bedrag van € 40.000 wordt toegewezen. Jegens [B], [C] en [D] moet Bacardi zekerheid stellen voor € 20.000, welk bedrag aansluit bij de IE-indicatietarieven. Net zoals in het eerdere incident is overwogen ten aanzien van [A], geldt ook voor de andere gedaagden die eerder een bevoegdheidsincident hebben opgeworpen ([B], [C] en [D] c.s.) dat niet is in te zien waarom zij de incidentele eis tot zekerheidsstelling niet tegelijk met de incidentele vordering in het bevoegdheidsincident hebben kunnen instellen. Hierdoor worden [B], [C] en [D] in de kosten van het incident veroordeeld.
De Buitenlandse vennootschapen hebben aanhouding verzocht op grond van artikel 392(6) Rv (“Indien in een andere lopende procedure het antwoord op de vraag rechtstreeks van belang is om op de eis of het verzoek te beslissen, kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve de beslissing aanhouden totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan”). De aanhouding is verzocht in verband met de prejudiciële vragen die het hof Arnhem-Leeuwarden aan de Hoge Raad heeft gesteld in zijn arrest van 6 oktober 2015 (IEPT20151006). Omdat de vragen al deels zijn beantwoord in het recente arrest van de Hoge Raad van 18 november 2016 (Synthon/Astellas, IEPT20161118) en in het arrest van 13 november 2015 (AIB/Novisem, IEPT20151113), wordt de zaak niet aangehouden. De Buitenlandse vennootschappen hebben zich nog niet over deze arresten kunnen uitgelaten en kunnen dit alsnog doen in het vervolg van deze procedure en desgewenst het verzoek tot aanhouding herhalen.
IEPT20161130, Rb Den Haag, Bacardi