Tussen partijen PFB en CRT is een distributieovereenkomst tot stand gekomen in 2008: blijkens e-mail 5 juni 2008 afspraken gemaakt over verkoop producten PFB door CRT in Europa, met uitzondering Engeland en Ierland en dat PFB op de hoogte zou worden gehouden van marketing en verkoop in Europa en gesproken over mogelijkheid tot exclusief distributeurschap na proefperiode. Geen schending postcontractuele verplichtingen door CRT: geen sprake van concurrentiebeding, geen mogelijkheid tot beroep op redelijkheid en billijkheid, nu tussen partijen geen rechtsverhouding meer bestaat na beëindiging distributieovereenkomst. Artikel uit vakblad Careality levert geen onrechtmatig handelen CRT jegens PFB op: Faco heeft bericht op eigen initiatief en zonder toestemming van CRT op haarklantenportaal geplaatst waardoor het bericht niet aan CRT is toe te rekenen. Geen ongeoorloofd vergelijkende reclame in advertorial in blad Careality ‘PFB Vanish wordt vervangen door Avoyd’: doelgroep begrijpt dat met woorden ‘wordt vervangen’ niet bedoeld is dat PFB-product geheel zou verdwijnen, niet gebleken dat overige mededelingen onjuist zouden zijn en door subjectieve karakter artikel enige overdrijving geoorloofd. Geen slaafse nabootsing verpakking PFB Vanish: voldoende afstand genomen. Onvoldoende gemotiveerd dat CRT op haar website ter ondersteuning van de verkoop van Avoyd marketingmateriaal heeft gebruikt van PFB: kort gebruik zelfde stock-foto als PFB niet onrechtmatig en zorgt niet voor merkbare verwarring en als voormalig distributeur van PFB Vanish mocht CRT oude voorraad verkopen met verwijzing naar PFB Vanish merk als promotionele ondersteuning.
DISTRIBUTIEOVEREENKOMST – ONRECHTMATIGE DAAD – RECLAMERECHT - SLAAFSE NABOOTSING - MERKENRECHT
PFB ontwikkelt, produceert en verkoopt huidverzorgingsproducten die erop zijn gericht om huidirritatie en ingegroeide haren op een effectieve en huidvriendelijke manier tegen te gaan. CRT is fabrikant, importeur en distributeur van bepaalde cosmeticaproducten. Partijen hebben in het verleden samengewerkt, waarbij in een e-mail afspraken zijn gemaakt en CRT PFB-producten bij PFB heeft besteld om in Europa te verkopen. Een distributieovereenkomst die door PFB is opgesteld is niet door CRT ondertekend. CRT is later begonnen met de ontwikkeling van huidverzorgingsproducten die zich richten op ongemakken na het scheren. In het Careality is na introductie van “Avoyd” (het merk waaronder CRT eind juli 2015 haar huidverzorgingsproducten heeft ondergebracht) een artikel verschenen dat is gebaseerd op een interview met de vennoten van CRT. Het artikel had de titel “PFB Vanish wordt vervangen door Avoyd” en in het artikel wordt onder meer gesteld dat PFB Vanish te duur werd voor Europa en niet meer aan alle richtlijnen voldeed. Na sommatie zijn door CRT een aantal domeinnaamregistraties beëindigd en het beheer ervan aan PFB overgedragen. Thans stelt PFB dat onder meer sprake is van onrechtmatig handelen door CRT, omdat toerekenbaar tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de op CRT rustende (post)contractuele verplichtingen die voortvloeien uit de voormalige distributieovereenkomst tussen partijen.
De rechtbank is van oordeel dat tussen partijen een distributieovereenkomst tot stand is gekomen in 2008. Het staat vast dat partijen blijkens de schriftelijke vastlegging daarvan op 5 juni 2008 (per e-mail) afspraken hebben gemaakt die inhielden dat CRT bij PFB producten zou afnemen ter verkoop in Europa met uitzondering van Engeland en Ierland. Daarbij is tevens afgesproken dat PFB op de hoogte zou worden gehouden van marketing en verkoop in Europa en dat na verloop van een proeftijd de mogelijkheid van een exclusief distributeurschap zou worden besproken. Dat de op 1 januari 2015 opgestelde schriftelijke distributieovereenkomst niet is ondertekend doet hier niet aan af. Hierbij wordt onder meer overwogen dat de raadsman van CRT ter comparitie heeft gesproken over de beëindiging van ‘de distributieovereenkomst’.
Er is door PFB echter niet gemotiveerd aangegeven welke contractuele verplichting CRT zou hebben geschonden. Voor zover PFB zich op het standpunt stelt dat een concurrentiebeding is geschonden wordt overwogen dat is gesteld noch gebleken dat een dergelijk beding is overeengekomen. Voorts wordt overwogen dat geen sprake is van strijd met de redelijkheid en billijkheid. De redelijkheid en billijkheid, zoals vastgelegd in artikel 6:2 BW en 6:248 BW zijn normen die van toepassing zijn op een directe, bestaande rechtsverhouding tussen partijen. Deze rechtsverhouding is echter in casu ten einde gekomen met de beëindiging van de distributieovereenkomst, waardoor geen beroep op de redelijkheid en billijkheid kan worden gedaan.
Er is geen sprake van onrechtmatig handelen door CRT jegens PFB. Het artikel dat door FACO Distributie (afnemer van CRT) op haar klantenportaal is geplaatst en dat is overgenomen uit het artikel uit het vakblad Careality is niet onrechtmatig jegens PFB, nu onweersproken is dat Faco dit bericht op eigen initiatief en zonder toestemming van CRT op haar klantenportaal heeft geplaatst. Indien het artikel onrechtmatig jegens CRT zou zijn kan de handeling door Faco dus niet aan CRT worden toegerekend. Het artikel zelf, dat volgens de rechtbank als ‘advertorial’ kan worden aangemerkt en als reclame in de zin van artikel 6:194a BW, is ook niet onrechtmatig jegens PFB. Er is in casu sprake van vergelijkende reclame, nu het PFB Vanish-product in het artikel met naam wordt genoemd. De grenzen van het toelaatbare zijn niet overschreden, aangezien het artikel is geplaatst in een blad dat bestemd is voor beslissingsbevoegde managers in de drogisterij-branche, die reeds bekend zijn met de rol van CRT als distributeur van PFB Vanish-producten. Deze rol wordt ook in het artikel beschreven. De doelgroep zou begrijpen dat met ‘wordt vervangen’ niet wordt bedoeld dat het PFB Vanish-product geheel zal verdwijnen en dat Avoyd ervoor in de plaats komt, maar dat het om een alternatief gaat dat in eigen beheer is ontwikkeld en dat CRT niet langer als distributeur PFB Vanish-producten op de markt zal brengen. Het is geoorloofd om te spreken van ‘wordt vervangen’, omdat dit feitelijk ook is gebeurd. Daarnaast wordt overwogen ten aanzien van de overige mededelingen dat het PFB Vanish product te duur zou zijn, niet aan de Europese richtlijnen zou voldoen en Avoyd beter zou zijn gesteld noch gebleken is dat de mededelingen op onwaarheden berusten, waardoor geen sprake is van misleiding. De mededelingen zijn voorts niet onnodig denigrerend en gezien het subjectieve karakter van de mededelingen is enige overdrijving geoorloofd.
De rechtbank overweegt vervolgens dat geen sprake is van slaafse nabootsing van de verpakking van PFB Vanish door CRT. Er is voldoende afstand genomen van de verpakking van PFB, mede doordat de logo en de merknaam op de verpakkingen geheel verschillend is, er andere lettertypes en opmaak is gebruikt, er bij PFB alleen blauwtinten worden gebruikt op de verpakking en bij CRT ook groen en roze en CRT in tegenstelling tot PFB haar product in een doosje verkoopt in tegenstelling tot PFB.
Vervolgens wordt geoordeeld dat onvoldoende gemotiveerd is gesteld dat CRT op haar (nieuwe) website ter ondersteuning van de verkoop van Avoyd marketingmateriaal heeft gebruikt van PFB. Voorts wordt overwogen dat CRT tijdig aan de sommatie heeft voldaan om de domeinnamen over te dragen. Ook het feit dat op de datum van de dagvaarding, op de websites van CRT, in het marketingmateriaal en de e-mails en op social media nog werd verwezen naar het merk PFB Vanish en dat in haar webshop nog PFB Vanish-producten werden verkocht is niet onrechtmatig te achten. Het is CRT als voormalig distributeur toegestaan om met behulp van promotionele ondersteuning via haar website en andere media de nog aanwezige voorraad PFB Vanish-producten te verkopen.