Nederlandse rechter bevoegd van de hoofdzaak kennis te nemen: tussen vorderingen bestaat zo’n nauwe band dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting. Er is immers sprake van een zelfde feitelijke situatie, namelijk dat Köylü Food via de website van Zöhre gebruik heeft gemaakt van de aanduiding ‘Köylü’ als merk, de vorderingen zijn op dezelfde rechtsgronden gegrond en gezien de uitkomst in de Belgische procedure had Köylü Food een procedure voor de Nederlandse rechter kunnen voorzien. Geen sprake van misbreuk van bevoegdheidsregels ex artikel 8 herschikte EEX-Vo door Koylu Kip: enkel onderhandelingen aangegaan om tot een minnelijke schikking te komen vormt nog geen bewijs van misbruik van de bevoegdheidsregels door Köylü Kip. Procedure in hoofdgeding wordt aangehouden tot in België uitspraak in Hoger Beroep is gedaan: de uitkomst van de Belgische procedure heeft invloed op de grondslag van de door Koylu Kip ingestelde vorderingen in de hoofdzaak.
PROCESRECHT
Vonnis in incident. Koylu Kip vordert in de hoofdzaak de inbreuk door Köylü Food en Zöhre op haar merk en handelsnaam “Koylu” te doen stoppen. Gedaagde in de hoofdzaak, eiser in incident - Köylü Food - vordert in incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van het geding nu rechtsmacht ontbreekt en subsidiair het geding aan te houden totdat in de Belgische procedure een einduitspraak is gewezen. Yilmazli is verbonden aan Köylü Food en het BNL merkdepot van het woordmer “Köylü” staat op zijn naam.
De rechtbank overweegt als volgt. De bevoegdheidsvraag dient te worden beantwoord aan de hand van de herschikte vordering EEX-Vo, nu alle gedaagden in hoofdzaak zijn gevestigd in een lidstaat. De vorderingen tegen Zöhre dienen in beginsel op grond van artikel 4 herschikte EEX-Vo ingesteld te worden bij de Nederlandse rechter, de vorderingen tegen Köylü Food en Yilmazli bij de Belgische. Echter, op grond artikel 8 EEX-Vo kan een persoon die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, indien er meer dan één verweerder is, ook worden opgeroepen voor het gerecht van de woonplaats van één van hen. Dit op voorwaarde dat er tussen de vorderingen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting. Van een gevaar voor tegenstrijdige beslissingen kan pas sprake zijn, indien divergentie zich voordoet in het van eenzelfde situatie, feitelijk en rechtens (IEPT20071011 Freeport/Arnoldsson). Daarbij moet het voor de buitenlandse partij voorzien zijn geweest dat zij voor de Nederlandse rechter zou worden opgeroepen (HvJEU: Cartel Damages Claim v Akzo Nobel).
De rechtbank is van oordeel dat Köylü Kip voldoende onderbouwd heeft gesteld dat sprake is van eenzelfde feitelijke situatie. De vorderingen jegens alle gedaagden zijn het zelfde, namelijk dat Zöhre en Köylü Food op de website van Zöhre (www.koylu.nl) producten van Köylü Food in Nederland aanbiedt dan wel heeft aangeboden. Screenshots van www.koylu.nl via Google cache laten zien dat er op deze website wordt verwezen naar Köylü als zijnde een in België vertrouwd merk, voor onder ander kaas en yoghurt (producten die niet door Koylu Kip worden gemaakt). Koylu Kip heeft hiermee voldoende aangetoond dat Köylü Food en Zöhre door gezamenlijke gedragingen, het aanbieden van producten van Köylü Food, gebruik hebben gemaakt van “Köylü” als merk.
Koylu Kip heeft voorts haar vorderingen tegen Köylü Food en de vorderingen tegen Zöhre op dezelfde rechtsgronden gegrond. Het is niet aan de rechtbank om in deze incidentele procedure de validiteit van juridische grondslag te toetsen. De rechtbank is voorshands van oordeel dat een goede rechtsbedeling in het onderhavige geval om een gelijktijdige behandeling en berechting vraagt, omdat door een afzonderlijke berechting door verschillende nationale gerechten op basis van hetzelfde feitencomplex een gevaar tot verschillende, onverenigbare beslissingen zou kunnen ontstaan.
Over de voorzienbaarheid overweegt de rechtbank dat, gezien de Belgische procedure waarin vooraleerst de nietigheid van de registratie Köylü ten name van Yilmazli is uitgesproken. Binnen deze procedure is aan bod gekomen dat Zöhre de domeinnaam www.koylu.nl had geregistreerd. Derhalve was reeds bekend dat er op een Nederlandse site producten met het beeldmerk Köylü zouden zijn geplaatst. De rechtbank is van oordeel dat Köylü Food had kunnen voorzien dat zij op grond van merkinbreuk door Koylu Kip voor de rechter zou worden opgeroepen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat tussen de vorderingen die Koylu Kip heeft ingesteld jegens Köylü Food en jegens Zöhre, een nauwe band in de zin van artikel 8 herschikte EEX-Vo bestaat dat een goed rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de uitkomst in de Belgische procedure invloed op de grondslag van de door Koylu Kip ingestelde vorderingen in de hoofdzaak en dient de procedure in de hoofdzaak te worden aangehouden op grond van artikel 30 herschikte EEX-Vo.
IEPT20161207, Rb Zeeland-West-Brabant, Koylu Kip v Köylü Food
(Kopie originele vonnis)
Zie ook het bericht op Boek9 met betrekking tot het vonnis in de Belgische procedure.