Niet voldoende bewijs voor normaal gebruik Spaans woordmerk FUENOLIVA

05-01-2017 Print this page
IEPT20161213, GEU, Sovena Portugal v EUIPO

Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen registratie van het uniewoordmerk FONTOLIVA voor waren uit de klasse 29 (olijfolie). Oppositie werd ingesteld door houder van het Spaanse woordmerk FUENOLIVA voor waren uit de klasse 29 (olijfolie).

Het beroep slaagt. Het eerste middel klaagt dat de Kamer van Beroep ten onrechte van de geldigheid van het Spaanse merk is uitgegaan, daar deze niet vernieuwd is en daarom ongeldig zou zijn. Het Gerecht stelt zich de vraag of de Kamer van Beroep uit eigen beweging had moeten onderzoeken of het Spaanse merk nog geldig was. Deze vraag dient ontkennend beantwoord te worden. Het tweede middel klaagt dat er niet voldoende bewijs is voor normaal gebruik van het Spaanse merk. Daarbij stelt Sovena Portugal dat er uit het bewijs niet blijkt dat het merk in de relevante periode voldoende gebruikt is, daar afschriften en verkoopcijfers niet aan kunnen duiden dat er daadwerkelijk FUENOLIVA olijfolie verkocht is. Sommige bewijsstukken zijn ook niet naar het Engels vertaald en kunnen daarom ook niet in de overweging worden meegenomen. Het Gerecht gaat hier in mee. Er is een bijzonder klein verkoop volume van de olijfolie. Houder van het oudere merk heeft ook voldoende tijd gehad om bewijs in te dienen dat er wel degelijk normaal gebruik was. Hieruit volgt dat het oudere merk niet tijdens de relevante periode gebruikt is en dat de toegewezen oppositie komt te vervallen.

 

Lees het arrest hier.

 

47. It follows that genuine use of the earlier Spanish mark FUENOLIVA in Spain for virgin olive oil during the relevant period has not been established by Mueloliva in regard to the low volumes which were proved to have been marketed under that mark and the irregular nature of the sales in question during the relevant period in relation tot he opposing party’s olive-oil-production capacity and the characteristics of that mass-consumption food product. The applicant’s first plea in law is therefore well founded.