
Bolletje en Van der Meulen hebben voldoende belang bij voeging aan de zijde van Tempels: zij kunnen nadelige gevolgen ondervinden als de uitkomst voor Tempels in deze procedure ongunstig is. Rechtbank Gelderland relatief bevoegd: geen octrooirechtelijk geschil waardoor rechtbank Den Haag niet exclusief bevoegd is. Spoedeisend belang vloeit voort uit stellingen Haust: Haust kan geen beschuiten met inkepingen leveren en sluiting fabriek Dordrecht dreigt. Relevante markt: beschuit met en zonder inkeping. Geen misbruik machtspositie door Tempels: er bestaan voldoende reële alternatieven om beschuit heel uit de verpakking te krijgen, op de markt heeft 40% van het beschuit geen inkeping. Onderhavige zaak niet te vergelijken met Huawei-arrest (IEPT20150716). Belangenafweging leidt niet tot een andere beslissing: foute inschatting marktontwikkeling en proceskansen door Haust komt voor eigen rekening.
MISBRUIK MACHTSPOSITIE
Tempels is houder van het octrooi op een inkeping in beschuit, zodat de beschuiten makkelijk en zonder te breken uit de rol gepakt kunnen worden. Tempels heeft exclusieve licentieovereenkomsten gesloten met Bolletje en Van der Meulen. Haust is een producent en leverancier van broodvervangers, koekjes en toast. Voor Nederland produceert Haust beschuit voor het huismerksegment.
Haust vordert in kort geding, kort gezegd, dat Tempels met haar in onderhandeling treedt voor het verlenen van een licentie op het octrooi en dat het Tempels wordt verboden om uitvoering te geven aan enige exclusiviteitsafspraak met Bolletje en Van der Meulen die betrekking heeft op het verstrekken van een licentie op het octrooi. Aan haar vorderingen legt Haust ten grondslag dat Tempels misbruik maakt van zijn machtspositie ten gevolge waarvan Haust schade lijdt.
De voorzieningenrechter oordeelt allereerst in het incident tot voeging aan de zijde van Tempels van Bolletje en Van der Meulen dat deze laatsten aannemelijk hebben gemaakt dat zij voldoende belang hebben bij de voeging. Zij hebben een exclusieve licentieovereenkomst en kunnen nadelige gevolgen ondervinden als de uitkomst voor Tempels in deze procedure ongunstig is.
De rechtbank Gelderland is relatief bevoegd. Het verweer van Tempels dat de rechtbank Den Haag exclusief bevoegd is wordt verworpen, omdat het in deze zaak niet gaat om een octrooirechtelijk geschil, maar over het verlenen van een licentie en omdat het niet verlenen discriminatoir en mededingingsbeperkend zou zijn, volgens Haust. Omdat Tempels is woonachtig in het district van de rechtbank Gelderland, is deze rechtbank thans bevoegd.
Het spoedeisend belang vloeit voldoende voort uit stellingen van Haust. Supermarkten zijn de afgelopen jaren ook voor hun huismerken beschuit met inkepingen gaan inkopen. Haust kan deze producten niet leveren waardoor het marktaandeel enorm is gedaald en sluiting van de fabriek in Dordrecht dreigt.
Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een economische machtspositie waarvan o.g.v. artikel 12 Mw en 102 VWEU het misbruik verboden is, dient de relevante markt te worden afgebakend. Een kort geding procedure leent zich echter niet voor uitgebreide onderzoek dat nodig is om de relevante markt precies te bepalen. De voorzieningenrechter bepaalt dat de Nederlandse relevante markt niet alleen uit in een rol verpakt beschuit met inkeping bestaat, maar ook uit in een rol verpakt beschuit zonder inkeping en beschuit zonder inkeping op een andere manier verpakt.
Heeft Tempels op deze markt een machtspositie en zo ja, maakt hij daar misbruik van? Volgens vaste jurisprudentie levert het bezit van een intellectueel eigendomsrecht op zichzelf nog geen machtspositie op en als er wel sprake van machtspositie is, dan levert het gebruik van zo’n recht nog geen misbruik op. IEPT19950406, Magill.
Alleen als er aan de volgende vereisten is voldaan, is er sprake van misbruik van machtspositie (IEPT19881005, Volvo v Veng, IEPT20040429, IMS Health en IEPT20070917 Microsoft v Commissie,):
-
de door intellectuele eigendomsrechten beschermde gegevens (de inkeping) is onontbeerlijk om op de betrokken markt door te dringen en het nieuwe product dat de onderneming (Haust) op de markt wil brengen wordt door de houder van de intellectuele rechten niet aangeboden, maar voor dat nieuwe product bestaat wel een portentiele vraag van consumenten;
-
De weigering van een licentie dient niet gerechtvaardigd te zijn op objectieve gronden en als gevolg van de weigering dient de markt aan de houder van het exclusieve recht te worden voorbehouden en elke mededinging te worden uitgesloten.
Dat de inkeping onontbeerlijk of essentieel is om op de relevante beschuitmarkt door te dringen/actief te zijn is onvoldoende aannemelijk geworden. Er bestaan voldoende reëele en adequate alternatieven om beschuit heel uit de verpakking te krijgen, om op dezelfde markt actief te zijn. Alleen daarom is in het onderhavige geval geen sprake van het maken van misbruik van een economische machtspositie door Tempels.
Op de markt waarop Haust zich begeeft (huismerk, private label), is volgens Tempels en de door hem overlegde cijfers nog altiijd ongeveer 40% van het beschuit, beschuit zonder inkeping. Deze cijfers zijn door Haust niet weersproken. Haust stelt wel dat het aandeel van beschuit zonder inkeping op de markt zal verdwijnen, dan wel aanzienlijk zal verminderen. Dit is door Tempels gemotiveerd bestreden en is in deze procedure niet vast te stellen aangezien het kort geding zich niet leent voor omstandige bewijslevering.
De voorzieningenrechter is gezien het voorgaande van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om in dit kort geding aan te nemen dat Tempels op de relevante markt een machtspositie heeft en hij daarvan misbruik maakt, nu hij wel aan Bolletje en Van der Meulen licenties verstrekt en niet aan Haust.
Een belangenafweging leidt niet tot een andere beslissing. Haust heeft eerder het aanbod van Tempels om over een licentie te praten afgewezen. Nu, jaren en licenties later, vreest Tempels voor devaluatie van zijn octrooi, Bolletje en Van der Meulen willen nog enige tijd van hun investeringen en licenties kunnen uitbuiten en noch gesteld noch gebleken is dat een extra licentie voor de consument merkbaar voordeel zal opleveren.
IEPT20161219, Rb Gelderland, Haust v Tempels
(kopie originele vonnis)