Geen verplichting om na einde overeenkomst product TAS niet aan derden te verkopen

11-01-2017 Print this page
IEPT20161222, Rb Limburg, CPH v Fibrant

Overeenkomst tussen partijen niet vervangen door andere afspraken. Overeenkomst niet beëindigd door opzegging in 2011: samenwerking na opzegdatum zonder (wezenlijke) inhoudelijke wijziging voortgezet. Overeenkomst per brief van 30 juni 2016 beëindigd per 31 december 2017. Geen verplichting om na einde overeenkomst TAS niet aan anderen dan CPH te verkopen: uitdrukkelijke mogelijkheid overeenkomst te beëindigen en geen non-concurrentiebeding overeengekomen in geval van beëindiging overeenkomst.

 

OVEREENKOMST

 

Fibrant is producent van onder meer ammoniumsulfaat. Dit wordt grotendeels verwerkt in kunstmest. Een klein deel van het ammoniumsulfaat wordt geproduceerd als technical ammoniumsulfaat (TAS) voor toepassing in de voedings-, veevoeder en farmaceutische industrie. CPH is een groothandel in chemische producten. Partijen hebben op 15 februari 2006 een zogenoemd Memorandum of Understanding ondertekend (hierna: de overeenkomst). Fibrant heeft bij brief van 30 juni 2016 de overeenkomst beëindigd. CPH stelt onder meer dat de overeenkomst niet is beëindigd.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat de overeenkomst niet is vervangen door andere afspraken, zoals Fibrant stelt. Feiten of omstandigheden waaruit volgt dat partijen daarmee hebben beoogd een andere overeenkomst in de plaats te stellen van de overeenkomst van 2006, zijn niet of niet voldoende aannemelijk geworden. Ook is de overeenkomst niet beëindigd door opzegging in 2011, omdat de samenwerking daarna zonder (wezenlijke) inhoudelijke wijziging is voortgezet. De overeenkomst is met de brief van 30 juni 2016 wel geëindigd. Blijkens artikel 11 van de overeenkomst heeft Fibrant het recht de overeenkomst te beëindigen, waarbij wel een mededeling van de beëindiging 18 maanden aan de beëindiging vooraf moet gaan. De voorzieningenrechter gaat er daarom vooralsnog vanuit dat de overeenkomst eindigt per 31 december 2017.

 

In tegenstelling dan wat CPH stelt is er geen verplichting voor Fibrant om na het einde van de overeenkomst TAS niet aan anderen dan CPH te verkopen. De overeenkomst bevat de uitdrukkelijke mogelijkheid deze te beëindigen en er is geen non-concurrentiebeding opgenomen in het geval van beëindiging van de overeenkomst. Het staat Fibrant verder vrij om alvast voordat de overeenkomst eindigt potentiële klanten benaderen om afspraken te maken met betrekking tot de periode na het einde van de overeenkomst.

 

IEPT20161222, Rb Limburg, CPH v Fibrant

 

(ECLI-versie)