Uitzending Radar over uitvoering schriftelijkheidsvereiste door Pretium niet onrechtmatig

10-01-2017 Print this page
IEPT20161227, Hof Den Haag, Pretium v AvroTros

Uitzending Radar over uitvoering schriftelijkheidsvereiste door Pretium niet onrechtmatig: aankaarten van misstand draagt bij aan debat van algemeen maatschappelijk belang, voldoende steun in feitenmateriaal en zienswijze Pretium voor een groot deel letterlijk geciteerd en getoond in de uitzending. Getoonde telemarketingsgesprek en besproken klachten over ongewild omzetten naar Pretium van consumenten vinden voldoende steun in feitenmateriaal.  

 

PUBLICATIE

 

Hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag van 5 augustus 2015, hersteld bij herstelvonnis van 23 december 2015. In de uitzending van Radar van 6 oktober 2014 is aandacht besteed aan de naleving van het sinds 13 juni 2014 geldende schriftelijkheidsvereiste uit artikel 6:230v (6) BW en onder meer de wijze waarop Pretium daarmee omging. Volgens Pretium was de uitzending onrechtmatig. De rechtbank wees de vorderingen af. Het vonnis wordt bekrachtigd.

 

Het hof overweegt dat sprake is van het aankaarten van een misstand, waardoor wordt bijgedragen aan een debat van algemeen maatschappelijk belang. Voorts staat vast dat de invulling van het schriftelijkheidsvereiste die Pretium wordt verweten in de uitzending daadwerkelijk de invulling is die Pretium ten tijde van de uitzending daaraan gaf. De kritiek hierop is niet ongefundeerd, maar met argumenten onderbouwd en op zijn minst verdedigbaar, aangezien de Autoriteit Consument & Markt de visie heeft overgenomen en Pretium na de uitzending ervoor heeft gekozen om de werkwijze niet meer toe te passen. Voorts is Pretium door Tros gehoord en is haar zienswijze voor een groot deel letterlijk geciteerd en getoond in de uitzending. Ook het uit het getoonde telemarketingsgesprek en de besproken klachten opdoemende beeld dat kwetsbare consumenten ongewild of onbewust worden omgezet naar een overeenkomst met Pretium vindt voldoende steun in het feitenmateriaal. De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat de uitzending niet onrechtmatig was.

 

De grieven tegen het oordeel van de rechtbank dat Pretium haar stelling dat het telemarketingsgesprek niet authentiek is onvoldoende heeft onderbouwd falen. Het is niet aan Tros om de authenticiteit van het gesprek te bewijzen, maar aan Pretium. Hierin slaagt Pretium niet. Ook de overige grieven, onder andere over de representativiteit van het in de uitzending getoonde telemarketingsgesprek falen.

IEPT20161227, Hof Den Haag, Pretium v AvroTros

(kopie originele arrest)