Inbreuk op octrooi voor "vrachtwagen met een daarop afneembaar opgebouwd opzetwerktuig"

06-01-2017 Print this page
IEPT20170104, Rb Den Haag, Rasco v Aebi Schmidt

EP 838 voor “vrachtwagen met een daarop afneembaar opgebouwd opzetwerktuig“ nieuw t.o.v. DE 220: DE 220 openbaart niet kenmerkende maatregel dat momentsteun steunt op het opzetwerktuig. EP 838 inventief: niet onderbouwd dat vakman vanuit DE 220 in combinatie met algemene vakkenis tot geclaimde oplossing zou komen. EP 838 ook inventief t.o.v. combinatie van DE 220 en NL 464 en/of DE 372: vakman zou op grond van die combinatie de aandrijfaggregaat aanbrengen op een separaat loopwiel, terwijl in conclusie 1 aandrijfaggregaat is verbonden met het voertuigwiel van vrachtwagen. Directe en indirecte inbreuk: zowel combinatie als opzetstrooiwerktuig aangeboden. 

 

OCTROOIRECHT

 

Aebi Schmidt is houdster van EP 838 voor een “Vrachtwagen met een daarop afneembaar opgebouwd opzetwerktuig”. Rasco en Rondaan (hierna Rasco) maken volgens Aebi Schmidt inbreuk op het octrooi doordat zij opzetstrooiwerktuig hebben verkocht en geleverd aan het Rotterdamse gemeentereinigingsbedrijf Roteb (tevens) een klant van Aebi Schmidt. Bij vonnis van 2 oktober 2015 (IEPT20151002) heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat Aebi Schmidt geen spoedeisend belang had bij haar vorderingen en haar niet-ontvankelijk verklaard. Rasco vordert in de onderhavige procedure o.a. een verklaring voor recht dat zij geen inbreuk maakt op het Nederlandse deel van EP 838.

 

De rechtbank onderzoekt eerst of EP 838 nieuw is in het kader van DE 220. Niet in geschil is dat in DE 220 alle kenmerken van het opzetwerktuig van conclusie 1, met uitzondering van de kenmerkende maatregel dat de momentsteun steunt op het opzetwerktuig, worden beschreven. Partijen twisten over de vraag of ook die kenmerkende maatregel wordt geopenbaard. De rechtbank oordeelt dat uit Figuur 4 van DE 220 op zichzelf genomen niet blijkt waaraan de momentsteun is bevestigd. Hoewel de beschrijving vermeldt dat de momentsteun met het chassis (‘Fahrzeugrahmen’) is verbonden, wordt nergens vermeld dat de momentsteun met het opzetstrooiwerktuig (Aufsatztreugerät) is verbonden. De rechtbank concludeert dat EP 838 nieuw is.

 

EP 838 is ook inventief. DE 229 is de meest nabije stand van de techniek. De enige verschilmaatregel ten opzichte van conclusie 1 van EP 838 is dat de momentsteun op het opzetstrooiwerktuig steunt en niet op het chassis of de carrosserie. Het technische effect hiervan is het vergemakkelijken van de montage en demontage van het werktuig en het technische probleem is derhalve het bewerkstelligen van een gemakkelijkere montage en demontage van het in DE 220 geopenbaarde opzetwerktuig. Volgens Rasco zou de vakman uitgaande vanuit DE 220 direct begrijpen dat het aantal (de)montagehandelingen afneemt wanneer de momentsteun op het opzetwerktuig wordt gesteund. De rechtbank volgt Rasco niet, omdat niet wordt aangegeven op basis van welke algemene vakkennis de vakman tot de geclaimde oplossing zou komen. Er wordt geen enkel voorbeeld uit de stand van de techniek gegeven (laat staan uit de algemene vakkennis) van een draaimomentsteun die steun neemt op de inrichting waarvan het de draaiing moet verhinderen, terwijl Aebi Schmidt naar het oordeel van de rechtbank steekhoudende argumenten aanvoert waarom de vakman de bewuste maatregel niet zou toepassen of tevens andere maatregelen zou kunnen toepassen. De rechtbank concludeert daarom dat het gestelde gebrek aan inventiviteit van conclusie 1 uitsluitend voortvloeit uit kennis van de uitvinding, en dus gebaseerd is op hindsight.

 

Ook de inventiviteitsaanval op grond van een combinatie van DE 220 en NL 464  en/of DE 372 faalt. De vakman zou uitgaande van DE 220 immers door NL 464 en DE 372 te raadplegen immers opnieuw geconfronteerd worden met de nadelen waarvoor DE 220 nu juist een oplossing beoogt te bieden. Bovendien zou de vakman als hij in weerwil van de leer van DE 220 bij NL 464 en/of DE 372 te raden zou gaan en de documenten zou combineren, zou hij de aandrijfaggregaat aanbrengen op een separaat loopwiel, waarmee montage en demontage van het werktuig, althans van de aandrijfaggregaat, overbodig wordt. De vakman komt dus niet tot de materie van conclusie 1, waarin de aandrijfaggregaat is verbonden met een voertuigwiel in de vrachtwagen.

 

Er is sprake van directe en indirecte inbreuk op het octrooi, nu niet in het geschil is dat Rasco de combinatie in Nederland heeft aangeboden en evenmin dat zij het opzetstrooiwerktuig heeft aangeboden en geleverd voor toepassing van de uitvinding in Nederland aan partijen die daartoe niet gerechtigd zijn, terwijl zij weet dat dit opzetstrooiwerktuig voor die toepassing geschikt of bestemd is in de zin van artikel 73 ROW. Er wordt een inbreukverbod voor het Nederlandse deel van EP 838 opgelegd.

 

IEPT20170104, Rb Den Haag, Rasco v Aebi Schmidt

 

Lees het vonnis hier