Inbreuk op octrooi voor “enzyme preparation yielding a clean taste”

12-01-2017 Print this page
IEPT20170106, Rb Den Haag, DSM v Novozymes
(Met dank aan Theo Blomme en Leon Dijkman, Hoyng Rokh Monegier)

Rb op basis van artikel 4 EEX II-Vo internationaal bevoegd kennis te nemen m.b.t. (grensoverschrijdende) vorderingen jegens in Nederland gevestigde Univar. Rb op grond van artikel 7(2) EEX II-Vo bevoegd m.b.t. vorderingen jegens Novozymes die zien op Nederland. Rb op grond van artikel 8(1) EEX II-Vo bevoegd m.b.t. grensoverschrijdende vorderingen jegens Novozymes. DSM heeft spoedeisend belang bij vorderingen: geen sprake van te lang stilzitten. Argumenten die “herhaald en ingelast” zijn uit Grounds of Appeal bij de beroepsprocedure EOB worden buiten beschouwing gelaten. Geen openbaar voorgebruik werkwijze volgens conclusie 1 EP 808: onvoldoende aannemelijk dat productieproces in Pokka-fabriek openbaar toegankelijk is geweest. EP 808 inventief: OD heeft terecht D47 en D52 niet als closest prior art bestempeld en vakman komt closest prior art Mittal niet tot uitvinding volgens EP 808. Voor zover oude Amano-product (waarvoor Novozymes licentie heeft) en Lactozym Pure het zelfde product betreffen zijn gewijzigde conclusies EP 808 nieuw en inventief ten op zichte van het oude Amano-product. Verweer dat Lactozym Pure zelfde product is als oude Amano-product en uitzondering artikel 73(2) ROW van toepassing is faalt: uitzondering geldt niet als degene aan wie wordt geleverd wordt aangezet tot verrichten voorbehouden handelingen hetgeen het geval is.

 

IPR - PROCESRECHTOCTROOIRECHT

 

DSM is houdster van octrooi EP 808 voor een “enzyme preparation yielding a clean taste”. Het octrooi is gedesigneerd voor meerdere landen, waaronder Nederland, Duitsland en Frankrijk. Tegen EP 808 is oppositie ingesteld bij het EOB door Novozymes en Du Pont. In deze procedure beroept DSM zich nog uitsluitend op de gewijzigd in stand gehouden conclusies 1 tot en met 7, waarvan conclusie 1 en conclusie 6 onafhankelijk zijn. Volgens haar maken gedaagden inbreuk op het octrooi met de verhandeling van Lactozym Pure.

 

De voorzieningenrechter verklaart zich bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen jegens Univar en jegens Novozymes. Ook heeft DSM voldoende spoedeisend belang bij haar vordering, aangezien geen sprake is van te lang stilzitten. Dat DSM vóór december 2015 op de hoogte was van de samenstelling van Lactozym Pure is daartoe onvoldoende. Ook het tijdsverloop tussen december 2015 en juli 2016 is onvoldoende om aan te nemen dat het spoedeisend belang aan de zijde van DSM is komen te vervallen. Dit klemt te meer omdat (ook) na verlening van het octrooi is onderhandeld over een licentie en toen Novozymes een licentie weigerde DSM in Duitsland en Frankrijk procedures tegen Novozymes aanhangig zijn gemaakt door DSM.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat van gewicht wordt geacht dat de Opposition Division bij beslissing van 28 april 2016 het octrooi in gewijzigde vorm in stand heeft gelaten. Het enkele herhalen van reeds door de OD beoordeelde (en verworpen) argumenten is daarom onvoldoende. Het ligt op de weg van partijen om gemotiveerde argumenten naar voren te brengen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de beslissing van de OD niet in stand zal blijven. Dit kan zijn omdat de beslissing een (evidente) fout bevat of omdat er (nieuwe) argumenten zijn die de OD niet heeft meegewogen. Voor zover partijen over en weer in zeer algemene zin (‘herhaald en ingelast’) hebben verwezen naar de Grounds of Appeal in de beroepsprocedure ten overstaan van het EOB gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij.

 

Dat sprake is van openbaar voorgebruik van de werkwijze volgens conclusie 1 van EP 808 is onvoldoende aannemelijk. EP 808 wordt inventief geacht. De OD heeft volgens de voorzieningenrechter terecht D47 en D52 niet als closest prior art bestempeld. Beide prior art documenten beschrijven geen technisch probleem dat ten minste gerelateerd is aan het technische probleem dat EP 808 oplost, sterker nog, in de publicaties wordt überhaupt geen probleem beschreven. Met het document dat wel de closest prior art is (Mittal) komt de vakman niet tot de uitvinding volgens de uitvinding volgens EP 808.

 

Het verweer van Novozymes dat haar Lactozyn Pure product het zelfde product is als het oude Amano-product, waarvoor zij een licentie heeft, wordt verworpen. Als al wordt aangenomen dat dit het geval is zijn de gewijzigde conclusies van EP 808 vooralsnog nieuw en inventief te achten ten op zichte van het oude Amano-product, waardoor het verweer wordt gepasseerd. De stelling dat het Lactozyn Pure product het zelfde product is als het Amano-product faalt ook in het kader van het verweer op grond van de uitzondering van  artikel 73(2) ROW. De uitzondering geldt niet als degene aan wie wordt geleverd wordt aangezet tot het verrichten van voorbehouden handelingen, hetgeen het geval is.

 

IEPT20170106, Rb Den Haag, DSM v Novozymes

 

(ECLI-versie)