Verwarringsgevaar tussen MMG en MORGAN & MORGAN voor financiële diensten

Print this page 17-02-2017
IEPT20170119, GEU, Morgan & Morgan International Insurance Brokers v EUIPO

Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen het uniebeeldmerk met het woordelement MORGAN & MORGAN voor diensten uit de klasse 36 (verzekeringen). Oppositie werd ingesteld door houder van het uniebeeldmerk met het woordelement MMG TRUST MIEMBRO DEL GRUPO MORGAN & MORGAN voor diensten uit de klasse 35, 36 en 45 (bank- en financiële diensten). De Kamer van Beroep wees de oppositie toe, zij vond dat het woordelement MORGAN & MORGAN in beide merken centraal stond en een onderscheidend vermogen had, waardoor er een zekere gelijkenis tussen de merken is.

Het beroep faalt. Allereerst oordeelt het Gerecht dat, in tegenstelling tot hetgeen verzoeker beweert, de gemiddelde consument voor deze diensten een gemiddeld aandachtniveau heeft, omdat er geen bewijs is dat er een verhoogd aandachtsniveau zou zijn. De diensten acht het Gerecht ook gelijk. Verzoeker stelt dat de diensten verschillen, omdat ze in een verschillende financiële sector opereren. Het Gerecht oordeelt echter dat het litigieuze merk voor bredere financiële diensten wordt geregistreerd dan het oudere merk en dat zodoende de diensten overeenstemmen. In het merk oordeelt het Gerecht dat Morgan & Morgan het dominante element is. De merken stemmen volgens het Gerecht in mindere mate overeen, omdat Morgan & Morgan een gedeeld element is, maar de figuratieve elementen verschillen.  Fonetisch gezien geldt hetzelfde, Morgan & Morgan stemt overeen, maar het oudere merk heeft nog een aantal Spaanse elementen die maken dat het in mindere mate overeenstemt. Conceptueel gezien kan er geen overeenstemming zijn. Het Gerecht stelt dat er een verwarringsgevaar is omdat de diensten in kwestie identiek zijn en omdat de dominante elementen van de merken overeenstemming. De oppositie blijft in stand.

 

‘64. In those circumstances, it must be held that the Board of Appeal was correct in finding that there is a likelihood of confusion between the mark applied for and the earlier mark, given the identity of the services in question and the degree of similarity between the signs at issue, deriving inter alia from the presence in both signs of the distinctive word element ‘morgan & morgan’.’

 

Lees het vonnis hier.