Mogenlijkheid tot vorderen van tweemaal de hypothetische royalty's niet in strijd met Handhavingsrichtlijn

Print this page 25-01-2017
IEPT20170125, HvJEU, Stowarzyszenie

Nationale regeling volgens welke rechthebbende hetzij vergoeding van de door hem geleden schade kan vorderen rekening houdend met alle passende aspecten van het concrete geval, hetzij – zonder dat hij de feitelijke schade hoeft aan te tonen – betaling kan vorderen van tweemaal de hypothetische royalty’s is niet in strijd met artikel 13 Handhavingsrichtlijn.

 

PROCESRECHT

 

In een geschil tussen De Poolse Vereniging van Filmmakers (Stowarzyszenie Filmowców Polskich) en een Poolse kabelmaatschappij (Stowarzyszenie ‘Oławska Telewizja Kablowa’ heeft het Poolse hooggerechtshof een prejudiciële vraag gesteld over de verenigbaarheid van een artikel uit de Poolse Auteurswet met artikel 13 Handhavingsrichtlijn. Het Poolse artikel maakte het mogelijk dat een rechthebbende wiens aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten zijn geschonden, schadeloosstelling vordert in de vorm van betaling van een bedrag ter hoogte van twee- of driemaal de passende vergoeding. Verder vraagt de verwijzende rechter zich af of de toekenning van de vergoeding als bedoeld in de Handhavingsrichtlijn aan de houder van aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten vereist dat de houder het bewijs levert van de schadeveroorzakende gebeurtenis, de geleden schade en de omvang ervan, het causaal verband tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis en de schade alsmede de verwijtbare aard van de handelingen van de inbreukmaker.

 

Het Hof van Justitie EU overweegt dat de Handhavingsrichtlijn een minimumnorm behelst die partijen niet belet om een ruimere bescherming te bieden. Het feit dat de Handhavingsrichtlijn partijen niet verplicht om om te voorzien in een niet-compensatoire schadevergoeding moet bovendien niet worden uitgelegd als een verbod op een dergelijke schadevergoeding. Tot slot stelt het Hof dat het niet vereist is om een causaal verband tussen de handeling en het exacte schadebedrag aan te tonen. Het Hof van Justitie beantwoordt de vraag als volgt:

 

“Artikel 13 van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, volgens welke de houder van een intellectuele-eigendomsrecht waarop inbreuk is gemaakt, van de inbreukmaker hetzij vergoeding van de door hem geleden schade kan verlangen rekening houdend met alle passende aspecten van het concrete geval, hetzij – zonder dat hij de feitelijke schade hoeft aan te tonen – betaling kan vorderen van een bedrag ter hoogte van tweemaal de passende vergoeding die verschuldigd zou zijn geweest indien toestemming was verleend om het betrokken werk te gebruiken.”

 

IEPT20170125, HvJEU, Stowarzyszenie

 

(curia-versie)