‘TOSCORO’ nietig door geografische aanduiding

24-02-2017 Print this page
IEPT20170202, GEU, Roberto Mengozzi v EUIPO

Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen nietigheidsheidsprocedure tegen het uniewoordmerk TOSCORO voor waren uit de klasse 29 en 30 (olijfolie en crème). De procedure werd ingesteld door Consorzio per la tutela dell’olio extravergine di oliva Toscano IGP op basis van de beschermde geografische aanduiding Toscano voor olijfolie.

Verzoeker stelt in de eerste plaats dat Toscano geen beschermde geografische aanduiding is omdat het een soortnaam is, die volgens verordening 1151/2012 niet tot beschermde geografische aanduidingen mogen worden gemaakt. Het Gerecht bepaalt hierover dat, omdat verzoeker dit niet in eerdere procedures naar voren heeft gebracht, het niet hierover hoeft te oordelen. De Kamer van Beroep had dit niet-ingebrachte argument ook niet ambtshalve in aanmerking moeten nemen. Verzoeker stelt in de tweede plaats dat, ook al is Toscano geen soortnaam geworden, er geen overeenstemming is tussen TOSCORO en Toscano. Hierin gaat het Gerecht niet mee – er is een zekere een sterke visuele overeenstemming, waar het verschil tussen “or” en “an” geen verandering in kan brengen. Fonetisch gezien stemmen de merken ook zeer overeen, zij delen dezelfde eerste en laatste lettergreep. Het Gerecht bepaalt ook dat de waren olijfolie en olijfcrème overeenstemmen, in tegenstelling tot hetgeen verzoeker betoogt. Hierover overweegt het Gerecht dat omdat de waren van dezelfde grondstof komen en een zeker verwantschap bestaat tussen crème en olie dat de waren van hetzelfde type zijn. Doordat de merken overeenstemmen en dezelfde waren vertegenwoordigen stelt het Gerecht dat het merk TOSCORO inderdaad nietig is.

 

“37 Derhalve heeft de kamer van beroep geen blijk gegeven van een onjuiste opvatting door te oordelen dat de conflicterende tekens op visueel vlak sterk overeenstemmen, en dit niettegenstaande het verschil door de respectieve elementen „or” en „an”. Zoals de kamer van beroep terecht heeft opgemerkt, compenseert dit verschil, dat twee letters in het midden van de conflicterende tekens betreft, immers niet de hierboven vastgestelde grote mate van overeenstemming, die het begin en het einde van deze tekens betreft.

 

38 Evenmin heeft de kamer van beroep blijk gegeven van een onjuiste opvatting door te oordelen dat de conflicterende tekens op fonetisch vlak sterk overeenstemmen. De conflicterende tekens hebben immers de eerste en de laatste lettergreep gemeen. Het verschil, dat de middelste lettergreep betreft, kan niet afdoen aan de grote mate van overeenstemming van de tekens, zoals de kamer van beroep terecht heeft opgemerkt. Verzoekers argument, dat bij het uitspreken van de conflicterende tekens in het Engels de klemtoon op een andere lettergreep wordt gelegd, kan niet afdoen aan de fonetische overeenstemming van de tekens en evenmin aan het feit dat de klemtoon op dezelfde lettergreep ligt bij het uitspreken ervan in andere talen.”

 

Lees het arrest hier