Verbod op verbouwing Naturalisgebouw totdat in bodemprocedure (IEPT20150125) is beslist over (provisioneel) verbod of procedure op andere manier is geëindigd: met name relevant dat rechtbank reeds een bindende eindbeslissing heeft genomen. Risico van vergaande financiële gevolgen door een verbod komt voor rekening Naturalis door verbouwingsplannen doorgang te laten vinden, ondanks de haar bekende bezwaren van eiser. Relevant is dat Naturalis geen pogingen heeft ondernomen om er op een andere wijze met eiser uit te komen. Gevraagde zekerheidsstelling afgewezen: voor het opleggen van een zekerheidstelling ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, nu dat een rechtsgang voor eiser illusoir zou maken terwijl er in het kader van de wederzijdse belangenafweging alle reden is het gevraagde verbod op te leggen.
Kort geding. Verkort vonnis. De voorzieningenrechter verbiedt Naturalis en [E] om verdere uitvoering te geven aan de voorgenomen verbouwing van het Naturalisgebouw (voor zover dit leidt tot wijzigingen die als inbreukmakend zijn beoordeeld door de rechtbank Den Haag in het tussenvonnis van 25 januari 2017 (IEPT20170125) tot het moment waarop de rechtbank in de bodemprocedure heeft beslist over de door [V] in te stellen provisionele vordering tot een dergelijk verbod, althans over de reeds ingestelde verbodsvordering in de hoofdzaak, of die bodemprocedure op een andere manier is geëindigd.
Voorzieningenrechter acht bij toewijzing van het verbod met name relevant dat er reeds een bindende eindbeslissing is genomen ten aanzien van de vraag of de verbouwing door Naturalis inbreuk maakt op het persoonlijkheidsrecht van eiser. De financiële consequenties komen voor risico van Naturalis nu de verbouwingsplannen niet zijn gestaakt ondanks de bekende bezwaren van eiser. Daarnaast zijn er geen pogingen vanuit Naturalis ondernomen om via een andere weg, door bijvoorbeeld het aanbieden van een schadevergoeding, tot een akkoord te komen met eiser. Gevraagde zekerheidsstelling door gedaagden wordt afgewezen nu dat een rechtsgang voor eiser illusoir zou maken en er alle reden is na de belangenafweging om het gevraagde verbod op te leggen.