Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen het woordmerk VACUP voor waren uit de klasse 10 (medische apparatuur). Oppositie werd ingesteld door KCI Licensing op basis van de oudere uniewoordmerken MINIVAC en V.A.C. voor waren uit de klassen 5 en 10 (medische apparatuur). De Kamer van beroep bepaalde dat normaal gebruik van de eerdere woordmerken voldoende is aangetoond. Er zou ook een verwarringsgevaar zijn: de tekens zijn voldoende overeenstemmend.
Het beroep slaagt. Het beroep klaagt dat de Kamer van Beroep ten onrechte heeft bepaald dat er normaal gebruik zou zijn van de merken MINIVAC en V.A.C. Het Gerecht bepaalt dat de relevante periode voor het vaststellen van normaal gebruik 1 juli 2006 tot 30 juni 2011 is. Veel van het door KCI Licensing aangedragen bewijs valt buiten deze tijdsperiode. De verklaringen van verschillende medische professionals kunnen ook niet worden meegenomen als bewijs. Zij beschrijven louter het gebruik van de V.A.C. als apparatuur, maar niet de gebruik van V.A.C. als herkomstaanduiding. Als zodanig is er niet voldoende bewijs voor normaal gebruik van de oudere woordmerken.
“41 It follows that the set of indicia composed of the items of evidence referred to in paragraph 27 above was insufficient to allow the Board of Appeal to consider that the mark V.A.C. had been put to genuine use during the relevant period, within the meaning of Article 42(2) and (3) of Regulation No 207/2009 and Rule 22(3) of Regulation No 2868/95, as interpreted by the case-law cited in paragraphs 17 to 23 above. It follows that the Board of Appeal, by concluding that that mark and the mark MINIVAC, the genuine use of which it did not examine on the basis of the identified items of evidence, had been put to genuine use during the relevant period, infringed those provisions.”
Lees de uitspraak hier.