Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen het uniebeeldmerk met het woordelement ‘OutDoor’ voor waren uit de klasse 9, 16, 25, 28, en diensten uit de klasse 35, 37, 38, 41, 42, 43 en 45. Oppositie werd ingesteld door de houder van het oudere uniewoordmerk OUTDOOR PRO voor waren en diensten uit de klasse 9, 12, 14, 18, 22, 24, 25, 28 en 35. De oppositie slaagde grotendeels, en werd door de Kamer van Beroep bevestigt. Er zou sprake zijn van een verwarringsgevaar tussen het oude en het nieuwe uniemerk.
Het beroep faalt. Allereerst gaat het Gerecht in op het argument van verzoekster dat de Kamer van Beroep bewijs miskend zou hebben dat het relevante niet-Engels sprekende publiek Outdoor zou associëren met buitensportactiviteiten. Het Gerecht verwerpt dit argument – de Kamer van Beroep is wel op het bewijs ingegaan, maar is het niet eens met het argument van verzoekster wat daaruit voortvloeide.
Aangaande het verwarringsgevaar overweegt het Gerecht dat er visueel een gemiddelde overeenstemming is, omdat het woordelement OutDoor gedeeld is. Fonetisch gezien stemmen de merken overeen omdat de klank van het woordelement OutDoor ook gelijk is. Conceptueel gezien stemmen de merken overeen inzoverre het relevante publiek Engels beheerst – mocht dit niet zo zijn, dan kunnen de merken niet onderling verschillen en kan een conceptueel verschil geen afbreuk doen aan verdere overeenstemming. Het Gerecht besluit dat er een verwarringsgevaar is, de oppositie blijft in stand.
“65 In view of the relevant public, the partially identical and partially similar nature of the goods and services at issue, the absence of any dominant elements in the marks at issue, the visual and phonetic similarities between the signs at issue on account of the element ‘outdoor’, which those signs have in common, the lack of any meaning of the signs at issue for part of the relevant public and the normal degree of distinctiveness of the earlier mark, the Board of Appeal was right in finding that it was apparent from an overall assessment of the marks at issue that there was a risk that part of the relevant public might believe that the goods and services in question come from the same undertaking or from economically linked undertakings. Consequently, the plea alleging infringement of Article 8(1)(b) of Regulation No 207/2009 must be rejected.”
Lees het arrest hier.