Uitlatingen minister Asscher over camping Fort Oranje hoeven niet te worden gerectificeerd
11-05-2017 Print this page
Minister Asscher hoeft uitlatingen over camping Fort Oranje niet te rectificeren: merendeel uitlatingen ziet niet op eisers zelf maar op misstanden op de camping, de uitlating die wel op eisers ziet, vindt voldoende steun in de feiten en is daarmee niet onrechtmatig.
Kort geding. Op 23 februari 2017 heeft minister Asscher een bezoek gebracht aan camping Fort Oranje. In een interview met televisiezender omroep Brabant heeft de minister zich uitgelaten over de situatie op de camping. In het onderhavige kort geding vorderen Fort Oranje en haar eigenaar rectificatie van de uitspraken. Het gaat om onderstaande uitlatingen:
i) “Criminelen mogen hier niet de baas zijn. De camping moet dicht, en ik ga me inzetten om wetgeving te ontwikkelen om dit voor de burgermeester van Zundert snel mogelijk te maken.” ii) “Ik vind het ergste dat er misbruik wordt gemaakt van mensen die niet voor zichzelf kunnen opkomen.” iii) “De eigenaar zit niet echt te wachten op transparantie wat hier gebeurt.”
iv) “De sfeer is niet erg gezellig, want het deugt niet wat hier gebeurt.” v) “Daar ga ik niet op speculeren omdat ik de tegenstanders niet wijzer wil maken.” vi) “Als je ziet wat er gebeurt, als je ziet dat mensen profiteren van kwetsbare mensen. Maar ook dat men onder de radar kan functioneren, terwijl het juist zo cruciaal is dat we met vereende krachten duidelijk maken dat de onderwereld hier geen plek heeft, geen toekomst heeft, dat misdaad niet mag lonen, dan zullen we dus ook bereid moeten zijn, misschien duurt het langer, misschien kan het sneller, om de gemeente hier te steunen om de boel te kunnen sluiten.”
De voorzieningenrechter heeft de beelden van het interview ter terechtzitting bekeken, en oordeelt dat uit de uitlatingen van de minister onder i, ii, iv, v, vi en vii niets anders kan worden afgeleid dan dat de minister de situatie en de misstanden op de camping heeft benoemd niet heeft gedoeld op eisers zelf. Nu deze uitlatingen niet gaan over Fort Oranje en haar eigenaar zijn deze volgens de voorzieningenrechter jegens hen niet onrechtmatig. De uitlatingen zijn naar het oordeel van de rechter overigens überhaupt niet onrechtmatig nu deze voldoende steun vinden in de feiten.
De uitlating onder iii gaat over de eigenaar en heeft aldus betrekking op eisers. Ook deze uitlating rechtvaardigt volgens de voorzieningenrechter echter geen rectificatie nu de uitlating voldoende steun vindt in de feiten. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op de brief van Fort Oranje aan politie van 23 januari 2017 waarin zij aan de politie de vrije toegang tot de camping heeft ontzegd, met uitzondering van de gevallen dat er op vertoon van legitimatie het doel van het verzoek wordt vermeld en noodgevallen. Nog daargelaten of de uitlating een grievend karakter heeft de minister deze volgens de voorzieningen rechter reeds gelet hierop mogen doen en is deze niet onrechtmatig jegens eisers.
De gevorderde rectificatie wordt gelet op het bovenstaande afgewezen, met veroordeling van eisers in de kosten van het geding.
IEPT20170508, Rb Den Haag, Fort Oranje v De Staat