Familienaam J. MEERING voor touringcars maakt inbreuk op merkrechten en handelsnaam MEERING voor dezelfde diensten

11-05-2017 Print this page
IEPT20170510, Rb Den Haag, MTA v CCC
(Met dank aan Michiel Rijsdijk, Arnold Siedsma)

Gebruik aanduiding “Meering” als handelsnaam CCC, althans de familienaam van haar vennoten niet in overeenstemming met eerlijke gebruiken in handel en nijverheid: CCC gebruikt de naam "J. Meering" op een manier die veel verder gaat dan nodig is om de familienaam aan te duiden. CCC kan zich niet beroepen op een ouder recht van plaatselijke betekenis: gebruik van "Meering" voor touringcars sinds 1996 gestaakt. Beroep CCC op rechtsverwerking slaagt niet: het gedogen van MTA van het gebruik van Meering op oldtimerbussen verhindert handhaving van MTA van haar merk op gewone touringcars niet. Teken “J. Meering” maakt inbreuk op Beneluxwoordmerk “MEERING”: verwarringsgevaar door gebruik voor zelfde diensten, visuele en auditieve overeenstemming en een groot onderscheidend vermogen. CCC heeft geen geldige reden om inbreukmakende domeinnamen geregistreerd te houden: handelsnaaminbreuk CCC is niet enkel "Meering", maar "Almere-Tours J. Meering", CCC is gevestigd in zelfde regio als MTA (Amsterdam) en één van de domeinnamen is identiek aan de handelsnaam van MTA. CCC maakt inbreuk op handelsnaam Meering Touringcars Amsterdam: handelsnaamrechten MTA zijn ouder.

MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT

 

MTA is opgericht door A en drijft een onderneming die touringcardiensten aanbiedt. Sinds haar oprichting in 1975 bedient zij zich van de handelsnamen MEERING TOURINGCARS en MEERING TOURINGCARS AMSTERDAM. MTA is houdster van een Benelux-woordmerk MEERING sinds 2008 voor onder meer diensten van een touringcarbedrijf. CCC biedt eveneens touringcardiensten aan en exploiteert voor speciale gelegenheden oldtimerbussen. Sinds een aantal jaren gebruikt CCC op de achterzijde van haar moderne touringcars de aanduiding Almere-Tours met daaronder J.MEERING. Oprichter van CCC was de stiefbroer van A, oprichter van MTA, zij hadden eerst samen een touringcaronderneming.

Verweer CCC dat het haar vrij staat de aanduiding MEERING als haar handelsnaam, althans de familienaam van haar vennoten te gebruiken, slaagt niet. Artikel 2.23 lid 1 sub a BVIE omvat niet het recht zich te verzetten tegen in economisch verkeer gebruik van een derde van diens naam en adres in overeenstemming met de eerlijke gebruiken in handel en nijverheid. CCC gebruikt de naam J. Meering volgens de rechtbank op een manier die veel verder gaat dan nodig is om de handelsnaam of de familienaam van de vennoten van CCC aan te duiden. Niet is gebleken wat de noodzaak is om de familienaam op touringcars te vermelden. Naar het oordeel van de rechtbank wordt er door het gebruik van de naam bij het publiek de indruk gewekt dat de bedrijven aan elkaar gelieerd zijn, wat de voorbeelden van daadwerkelijke verwarring die MTA bevestigd wordt.

CCC kan zich niet beroepen op een ouder recht van plaatselijke betekenis, art. 2.23 lid 2 BVIE. CCC stelt dat zij de naam MEERING al gebruikte als handelsnaam voordat MTA het merk registreerde in 2008. Het gebruik daarvan kan haar om die reden niet worden ontzegd, omdat de bescherming wordt ontleend aan het ontstane handelsnaamrecht. De overlegde documenten waaruit volgens CCC zou moeten blijken dat zij MEERING voor 2008 gebruikte, kunnen de rechtbank daarvan echter niet overtuigen: ofwel wordt de naam in combinatie met de toevoeging Amersfoort’s Bloei gebruikt, welke onderneming in 1996 is verkocht, ofwel het teken wordt gebruikt in combinatie met de toevoeging CCC of Almere-Tours, waarvan CCC niet voldoende kan onderbouwen dat dit gebruik van voor de depotdatum is. De rechtbank gaat ervan uit dat het gebruik van MEERING voor touringcars door (de rechtsvoorganger van) CCC in 1996 is gestaakt.

Het beroep van CCC op rechtsverwerking slaagt evenmin. Een beroep op artikel 2.24 BVIE faalt al omdat J. MEERING of MEERING zoals door CCC gebruikt, geen ingeschreven jonger merk is. Ook buiten het kader van artikel 2.24 kan op basis van het gemene recht het gedogen van het gebruik van de aanduiding J. MEERING voor bepaalde diensten niet leiden tot rechtsverwerking. Het gebruik van Meering op gewone touringcars is door CCC gestaakt per 1996 zoals hierboven al uiteen is gezet. Wat de verhuur van oldtimerbussen met de naam J. Meering daarop voor speciale gelegenheden, is de rechtbank van oordeel dat deze activiteiten niet concurrerend zijn met de touringcar-activiteiten van MTA. Dit leidt tot het oordeel van de rechtbank dat het gedogen van MTA van het gebruik van MEERING op oldtimerbussen niet verhindert dat MTA haar rechten tegen het gebruik daarvoor voor reguliere touringcardiensten handhaaft.

Er is aldus sprake van inbreuk op de merkenrechten van MTA door CCC. De diensten waarvoor teken en merk worden gebruikt zijn identiek. Daarbij acht de rechtbank de visuele en auditieve overeenstemming tussen merk en teken evenals het onderscheidend vermogen van deze eigen naam in verband met de ingeschreven diensten, groot. Hierbij neemt de rechtbank mee dat merk en teken op dezelfde wijze worden gebruikt (groot geplaatst op een touringcar) en het feit dat er daadwerkelijk verwarring heeft voorgedaan. De rechtbank komt tot het oordeel dat er sprake is van inbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 1 onder b BVIE.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft CCC geen geldige reden om de domeinnamen meering.amsterdam en meering.touringcars.amsterdam geregistreerd te houden. De handelsnaam van CCC is Almere-Tours J. Meering en gevestigd in Diemen. Hoewel je daarmee zou kunnen zeggen dat CCC in de regio Amsterdam opereert, moet er rekening worden gehouden dat de statutaire vestiging van MTA Amsterdam is en dat daarom een van de geregistreerde domeinnamen letterlijk de statutairen en in de praktijk gebruikte handelsnaam is (Meering Touringcars Amsterdam). Handelsnaaminbreuk ligt hierbij ook op de loer.

MTA heeft aan vorderingen ook haar (oudere) handelsnaamrecht ten grondslag gelegd. CCC heeft de betwisting van de oudere handelsnaamrechten onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank stelt vast dat het gebruik van Meering door CCC niet eerder is aangevangen dan met de oprichting van haar directe rechtsvoorganger in 1991 en dat MTA haar handelsnaamgebruik begonnen is in 1975 en dus het handelsnaamrecht van MTA ouder is.

De vorderingen op gebaseerd op het ingeroepen merk en handelsnaam zijn in beginsel toewijsbaar. Het verbod de naam MEERING te gebruiken zal ieder gebruik van de term Meering ter onderscheiding van touringcardiensten gelden, maar kan zich niet uitstrekken tot het gebruik van “Meering” als aanduiding van de familienaam van de vennoten voor zover toegestaan op grond van artikel 2.23 lid 1 BVIE. Het gebruik van de familienaam mag door het publiek niet worden opgevat als onderdeel van de handelsnaam en ook niet in verband gebracht worden met de door CCC aangeboden diensten.

IEPT20170510, Rb Den Haag, MTA v CCC

ECLI:NL:RBDHA:2017:4772