Onderscheidend vermogen kan toepassing van weigeringsgrond dat vorm noodzakelijk is voor technische uitkomst niet beletten

Print this page 12-05-2017
IEPT20170511, HvJEU, Yoshida v EUIPO

Dat een teken sier- of fantasie-elementen bevat, sluit de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 7(1) onder e), ii) UMeV (vorm of ander kenmerk noodzakelijk voor technische uitkomst) niet uit, voor zover deze elementen geen belangrijke rol spelen in de vorm van de betrokken waar waarvan alle wezenlijke kenmerken aan een technische functie moeten beantwoorden. Onderscheidend vermogen van een teken kan niet de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 7(1) onder e), ii) UMeV beletten.

 

MERKENRECHT

 

Hogere voorziening tegen het arrest van het GEU van 21 mei 2015 (IEPT20150521) dat al een vervolg was op de terugverwijzing door het Hof van Justitie EU (IPPT20140306). Het GEU oordeelde op 21 mei 2015 dat het BHIM (thans EUIPO) terecht tot de conclusie is gekomen dat de Gemeenschapsmerken die een oppervlak bedekt met zwarte stippen weergeven voor o.a. bestek en keukengerei, technisch bepaald zijn en dus nietig moesten worden verklaard.

 

In casu voert Yoshida in wezen louter aan dat de litigieuze tekens aanzienlijke decoratieve en onderscheidende bestanddelen bevatten. Het Hof van Justitie EU verwijst naar het Lego / BHIM arrest (IEPT20100914) en herhaalt de eisen met betrekking tot de weigeringsgrond van artikel 7(1) onder e), ii) van Vo 40/94, thans de Uniemerkenverordening.

 

Anders dan Yoshida beweert, staat feit dat het betrokken teken sier of fantasie-elementen bevat,  er niet aan in de weg dat de weigeringsgrond wordt toegepast, voor zover deze elementen geen belangrijke rol spelen in de vorm van de betrokken waar waarvan alle wezenlijke kenmerken aan een technische functie moeten beantwoorden. Het GEU heeft dus op goede gronden gedeeld dat de weigeringsgrond van toepassing is wanneer alle wezenlijke kenmerken van het teken beantwoorden aan een technische functie. Ook de door het GEU verrichte beoordeling, die die in wezen ertoe strekte na te gaan of het specifieke beeldontwerp van het samenstel van zwarte punten een significant functioneel element van de litigieuze tekens vormde voldoet aan de eisen van het HvJEU.

 

Voor zover Yoshida betoogt dat het onderscheidend vermogen van de litigieuze tekens belet dat de weigeringsgrond wordt toegepast, verwart zij de weigeringsgrond ten onrechte met de weigeringsgrond van lid 1, onder b), volgens welke inschrijving wordt geweigerd van merken die elk onderscheidend vermogen missen.

 

IEPT20170511, HvJEU, Yoshida v EUIPO

 

C‑421/15 P - ECLI:EU:C:2017:360