Inbreukverbod Gemeenschapsmodel toegewezen voor EU; verbod auteursrechtinbreuk toegewezen voor Nederland

IEPT20170512, Rb Den Haag, Philips v Ningbo

Print pagina
IEPT20170512, Rb Den Haag, Philips v Ningbo

Verstekvonnis gemeenschapsmodelrechtinbreuk en auteursrechtinbreuk door onderneming gevestigd in China. Voorzieningenrechter bevoegd tot verstekverlening: sprake van spoedeisend belang en de dagvaarding heeft de gedaagde daadwerkelijk en tijdig bereikt. Voorzieningenrechter bevoegd om van vorderingen gebaseerd op het Gemeenschapsmodel kennis te nemen: de bevoegdheid strekt zich uit over gehele EU. Voor het verbod op inbreuk op auteursrechten geldt dat de voorzieningenrechter enkel voor Nederland bevoegd is: eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het onaanvaardbaar is om in China een verbod voor de gehele EU te krijgen of waarom van Philips niet kan worden gevergd om in een relevante lidstaat een procedure aanhangig te maken. Het door Philips gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat het zal worden toegewezen, waarbij het verbod op inbreuk auteursrechten voor Nederland zal worden toegewezen.

PROCESRECHT - MODELRECHT - AUTEURSRECHT

Verstekvonnis. Door Philips gedaagde Ningbo, een rechtspersoon gevestigd in China, is niet in de procedure verschenen. Of tegen haar verstek kan worden verleend overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Zowel China als Nederland zijn partij bij het Haags Betekeningsverdrag, hetgeen hier van toepassing is. De dagvaarding is niet overeenkomstig artikel 15 lid 1 (en 2) van dit verdrag is betekend of aan gedaagde is afgegeven. Op grond van artikel 15 lid 3 kan de de voorzieningenrechter echter verstek verlenen als er sprake is van een spoedeisend belang. Hiervoor moet een uitgebracht exploot, degene voor wie het is bedoeld daadwerkelijk heeft bereikt en wanneer het om een dagvaarding gaat, wat hier het geval is, dat het bereiken zo tijdig is gebeurd dat deze nog de mogelijkheid heeft om verweer te voeren. Gelet op de door eiseres gestelde inbreukmakend handelen, is het spoedeisend karakter van de gevorderde verboden voldoende aannemelijk. Ook is voldoende aannemelijk geworden dat de dagvaarding is afgeleverd op het adres van gedaagde. Daarnaast is er vanaf het e-mailadres -dat door gedaagde op haar website wordt vermeld- gecorrespondeerd over deze zaak. Voor verstekverlening op grond van artikel 15 lid 3 van het Haags Betekeningsverdrag is voldoende grond.

Voor de vorderingen gebaseerd op het Gemeenschapsmodel vloeit de bevoegdheid van de voorzieningenrechter voort uit de artikelen 80, 81 en 82 GModVo. De bevoegdheid strekt zich uit over de gehele Europese Unie.

Voor de vorderingen die zijn gebaseerd op het auteursrecht en onrechtmatig handelen geldt dat de voorzieningenrechter uitsluitend bevoegd is voor zover de gestelde auteursrechtinbreuk en het onrechtmatig handelen in Nederland plaatsvindt of dreigt plaats te vinden. De bevoegdheid ex artikel 6 sub e Rv is ontleend aan de bepalingen uit EEX II-Vo. Volgens vaste rechtspraak van het HvJEU (o.a. Hotel/Uwe Spoering) dient artikel 7 EEX II-Vo beperkt te worden uitgelegd. In Nederland ligt slechts de locus damni.

Philips heeft betoogd dat het onmogelijk is om in alle lidstaten van de EU een procedure te volgen en daarom de voorzieningenrechter alsnog bevoegd is om voor de gehele EU een verbod te uit te vaardigen. Dit heeft zij echter onvoldoende aannemelijk gemaakt. Artikel 9 aanhef en onder c Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter, die niet op grond van de artikelen 2 tot en met 8 Rv bevoegdheid geniet, toch bevoegd is wanneer 1) de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland is verbonden en 2) dat het onaanvaardbaar is van eiser te vergen dat zij de zaak voorlegt aan een rechter van een vreemde staat. Philips heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd dat het onmogelijk is om in China op grond van het auteursrecht en de slaafse nabootsing een verbod te krijgen in de EU. Indien zou worden aangenomen dat -zoals Philips betoogt - een dergelijk verbod in China niet voorhanden is, dan valt nog niet in te zien waarom van Philips niet kan worden gevergd om in de relevante EU-lidstaten een zaak aanhangig te maken.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat het zal worden toegewezen. Het verbod om iedere inbreuk op de auteursrechten van Eiseres te staken en gestaakt te houden wordt voor Nederland toegewezen.

IEPT20170512, Rb Den Haag, Philips v Ningbo

ECLI:NL:RBDHA:2017:5087