Onterecht geoordeeld dat Aebi geen spoedeisend belang had bij inbreukverbod op octrooi voor strooiwerktuig

25-04-2018 Print this page
IEPT20170523, Hof Den Haag, Aebi v Rondaan

Onterecht geoordeeld dat Aebi geen spoedeisend belang had bij inbreukverbod op octrooi voor een opzetstrooiwerktuig wegens onvoldoende voortvarend optreden na augustus 2014:  concrete dreiging van inbreuk ontstond pas toen [geintimeerden] 9 juni 2015 aangaf niet aan sommatie te voldoen. Verbodsvordering had moeten worden toegewezen zodat gevorderde proceskostenveroordeling in beide instanties toewijsbaar is: op grond van afstemmingsregel wordt oordeel uit inmiddels gewezen bodemprocedure (IEPT20170104) gevolgd. 

 

OCTROOI - IE-HANDHAVING

 

Hoger beroep in kort geding van mei 2017, onlangs gepubliceerd. In eerste aanleg (IEPT20151002) vorderde Aebi – kort samengevat – op de grondslag dat [geïntimeerden] inbreuk zou maken op EP 838 voor een opzetstrooiwerktuig – een aan [geïntimeerden] op te leggen inbreukverbod met nevenvorderingen. De vorderingen werden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang, met veroordeling van Aebi in de proceskosten van € 45.000. Aebi vordert dat het vonnis wordt vernietigd en dat [geïntimeerden] wordt veroordeeld in de proceskosten in beide instanties.  

 

Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat Aebi onvoldoende voortvarend had gehandeld. Volgens het hof ontstond namelijk pas concrete dreiging van inbreuk toen [geïntimeerden] te kennen gaf niet aan de sommatie van Aebi te zullen voldoen en het voornemen uitte opzetstrooiwerktuigen die onder de beschermingsomvang van EP 838 vallen, in Nederland op de markt te gaan brengen. Die dreiging bestond volgens het hof in de periode voorafgaand aan dat moment nog niet.

 

Nu naar het hof voldoende spoedeisend belang bij de verbodsvordering komt het hof toe aan de vraag of deze had moeten worden toegewezen. Deze vraag wordt positief bevestigd op grond van het inmiddels in de bodemprocedure gewezen vonnis, waarin is geoordeeld dat EP 838 nieuw en inventief is en dat het door [geïntimeerden] aangeboden opzetstrooiwerktuig inbreuk maakt op dat octrooi. De slotsom is dat het bestreden vonnis niet in stand kan blijven en dat de door Aebi gevorderde proceskostenveroordeling in beide instanties toewijsbaar is.

 

IEPT20170523, Hof Den Haag, Aebi v Rasco

 

ECLI:NL:GHDHA:2017:4155