Geen forumkeuze tot stand gekomen tussen [X] Beheer en Bayer

IEPT20170712, Rb Den Haag, Bayer

Print pagina
IEPT20170712, Rb Den Haag, Bayer

EVO (Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst) van toepassing op overeenkomst tussen [X] Beheer en Bayer. Geen forumkeuze tot stand gekomen tussen [X] Beheer en Bayer: voor overdragen overeenkomst door curator aan [X] Beheer was toestemming rechtsvoorganger Bayer [Z] vereist die deze toestemming niet heeft gegeven en er kan niet worden vastgesteld dat uitzondering uit overeenkomst, dat andere partij toestemming op onredelijke gronden heeft onthouden, van toepassing is.

 

PROCESRECHTBEVOEGDHEIDSINCIDENT

 

Het thans failliete Leadd B.V. en [Z] hebben een Disclosure Agreement gesloten op grond waarvan Leadd haar door octrooien beschermde Apoptin technologie openbaar heeft gemaakt aan [Z]. De curator heeft op 26 oktober 2005 alle rechten uit de Overeenkomst aan [X] Beheer overgedragen.  [Z] heeft de overeenkomst bij brief van 27 januari 2010 buitengerechtelijk ontbonden, welke ontbinding [X] Beheer c.s. heeft betwist. [X] Beheer stelt dat zij recht heeft op  € 8.374.682,34 op grond van de overeenkomst. [X] Beheer c.s. vordert dit bedrag van Bayer nu zij, volgens door [X] Beheer c.s. verricht onderzoek, de rechtsopvolgster van [Z] blijkt te zijn. In dit incident vordert Bayer dat de rechtbank zich met betrekking tot [X] Beheer onbevoegd verklaard en voorwaardelijk voor zover haar incidentele vordering jegens [X] Beheer wordt afgewezen met betrekking tot de curator. [X] Beheer zou volgens Bayer geen beroep op het forum keuzebeding uit artikel 34 van de Overeenkomst kunnen doen.

 

De rechtbank beoordeelt de bevoegdheid aan de hand van het EVO (Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst). In artikel 8(1) EVO is geregeld dat de vraag óf de door [X] Beheer gestelde Overeenkomst tussen haar en Bayer bestaat (hetgeen Bayer betwist), beantwoord moet worden volgens het recht dat volgens het EVO toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst geldig zou zijn. Dat betekent dat op basis van artikel 3(1) EVO Nederlands recht toepasselijk is, nu in artikel 34.1 van de overeenkomst een rechtskeuze voor Nederlands recht is opgenomen. Volgens de rechtbank is er geen forumkeuze tot stand gekomen tussen [X] Beheer en Bayer. Voor het overdragen van de overeenkomst door de  curator aan [X] Beheer was toestemming van de rechtsvoorganger van Bayer, [Z], vereist. [Z] heeft die toestemming echter niet heeft gegeven. Ook kan niet worden vastgesteld dat de uitzondering uit de overeenkomst, dat de andere partij toestemming op onredelijke gronden heeft onthouden, van toepassing is.

 

De rechtbank gelast een comparitie voor het exhibitie incident en de hoofdzaak.

 

IEPT20170712, Rb Den Haag, Bayer

 

ECLI:NL:RBDHA:2017:7757