Zoon mag achternaam na overname familiebedrijf niet als handelsnaam gebruiken

IEPT20170724, Rb Gelderland, Achternaam als handelsnaam

Print pagina
IEPT20170724, Rb Gelderland, Achternaam als handelsnaam

Zoon van oprichter familiebedrijf mag zijn achternaam niet als handelsnaam voor nieuw opgerichte onderneming gebruiken nadat het familiebedrijf is overgenomen door eiseres: verwarringsgevaar te duchten nu in beide handelsnamen de elementen ‘[naam]’ en ‘Grond en Sloopwerk’ voorkomen en ondernemingen zijn gevestigd in aangrenzende gemeenten, eiseres heeft oudere handelsnaamrechten, omstandigheid dat de gebruikte handelsnaam de achternaam van gedaagde is maakte dit niet anders nu familiebedrijf inclusief handelsnaam is verkocht en voldoende recht en spoedeisend belang bij verbod ondanks aanwijzingen dat inbreuk reeds is gestaakt. Geen onrechtmatige daad door oprichten concurrerende onderneming en benadering klanten.

 

HANDELSNAAMRECHT - ONRECHTMATIGE DAAD

 

Kort geding. In de jaren 90 is door de vader van gedaagde - onder diens naam, met daarbij de toevoeging ‘Grond en Sloopwerken’ - een onderneming opgericht. De onderneming - die in 2012 is overgenomen - houdt zich bezig met het uitvoeren van sloopwerk en infrastructurele werken, en is eiseres in het onderhavige geschil. Gedaagde heeft op 13 april 2017 zijn dienstverband bij de onderneming opgezegd, na er vanaf zijn 15e te hebben gewerkt. Op 18 april heeft hij vervolgens de eenmanszaak [naam gedaagde] Grond en Sloopwerk laten registreren bij de KvK. Eiseres vordert onder meer een inbreukverbod op haar handelsnaam alsmede een concurrentieverbod. Gedaagde heeft de naam van zijn onderneming voor de zitting gewijzigd.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat nu in beide namen de elementen ‘[naam]’ en ‘Grond- en Sloopwerk’ voorkomen, terwijl de onder die namen gedreven ondernemingen gevestigd zijn in gemeenten die aan elkaar grenzen, voldoende aannemelijk is dat verwarring tussen deze ondernemingen te duchten is bij het daarvoor in aanmerking komende publiek. Nu tussen partijen niet in geschil is dat eiseres haar handelsnaam rechtmatig voert, en dit al deed ruim voordat gedaagde zijn onderneming begon, verbiedt artikel 5 Handelsnaamwet gedaagde de handelsnaam in kwestie te gebruiken. Dit wordt volgens de voorzieningenrechter niet anders nu het gaat om de achternaam van gedaagde. Het gaat volgens de voorzieningenrechter om een familiebedrijf dat is opgericht door de vader van gedaagde en dat aan de huidige eigenaar is verkocht inclusief de handelsnaam met daarin de familienaam.

 

Nu vaststaat dat gedaagde zijn onderneming bij de KvK heeft ingeschreven onder de inbreukmakende handelsnaam en hij deze naam heeft gebruikt in een brief en op zijn bedrijfsbus, wordt geoordeeld dat eiseres voldoende recht en spoedeisend belang heeft bij een verbod,  ondanks het feit dat  er ook aanwijzingen dat dat gedaagde de inbreuk na sommatie heeft gestaakt. Wel wordt wegens die aanwijzingen geen dwangsom aan het verbod verbonden. 

 

Het gevorderde concurrentieverbod wordt afgewezen. De voorzieningenrechter overweegt dat tussen partijen vast staat dat gedaagde niet is gebonden aan een relatie- of concurrentiebeding. Eiseres baseert haar vordering daarom niet op nakoming maar op onrechtmatige daad. Bij de beoordeling op die grondslag geldt volgens de voorzieningenrechter het uitgangspunt dat het gedaagde in beginsel vrij staat om eiseres te beconcurreren op de markt waarop partijen zich begeven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de omstandigheden die eiseres aanvoert om van dat beginsel af te wijken daarvoor onvoldoende. Dat gedaagde stelselmatig en in substantiële mate het duurzame bedrijfsdebiet van eiseres afbreekt, is volgens de voorzieningenrechter niet voldoende aannemelijk geworden, mede gezien het verschil in omvang tussen beide ondernemingen. De concurrentie die gedaagde eiseres aandoet, is volgens de voorzieningenrechter derhalve niet onrechtmatig.

 

Omdat de partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd.

 

IEPT20170724, Rb Gelderland, Achternaam als handelsnaam

 

ECLI:NL:RBGEL:2017:4180